Internet, sociale media, politie en de digitale samenleving

Day Zero Project – nog:

Pagina’s

Recente reacties

Recente posts

Populaire posts

Tweets

  • Tjonge @PolitieUtrecht krijgt er opeens wel héél veel nieuwe volgers bij dezer dagen... vraag me af hoe dat komt! ,
  • Ik ben vóór internetvrijheid en heb een banner op mijn blog geplaatst: Zie oa ,
  • @AnnemiekHE hier nog één.. ,
  • Ook misdaadgegevens Britse openbare plaatsen online via @cops_cyberspace (cc @MartjevdBrugge) ,
  • @Kimsalabimmie @MartjevdBrugge nein!! Beterschap! ,

Categorieën

Archives

  • 2012 (2)
  • 2011 (28)
  • 2010 (41)
  • 2009 (33)
  • 2008 (42)

Links:

Creative Commons License

Archive for oktober, 2008

Politie 2.0 (deel 1)

Zoals een aantal van mijn lezers weet, ben ik sinds enkele maanden niet meer werkzaam als beleidsmedewerker in een bibliotheek, maar als adviseur digitale media. Bij de politie!

Net als bibliotheken is ook ‘de politie’ zich steeds meer bewust van de mogelijkheden die ‘de nieuwe digitale wereld’ biedt, vooral op het gebied van communicatie. In drie delen zal ik een tipje van de sluier van mijn nieuwe werkgever lichten. Daarbij ga ik in op vragen als ‘wat zijn in het algemeen ontwikkelingen binnen de politiewereld’, ‘bestaat politie 2.0 en hoe ziet dit er dan uit?’ en ‘hoe ziet de toekomst van de politie in relatie tot internet eruit?’. In dit deel schrijf ik allereerst over enkele algemene tendensen in politieland.

Twee speerpunten

Twee belangrijke naar buiten toe gerichte speerpunten van de politie zijn het creëren van meer betrokkenheid van en samenwerking met burgers en ketenpartners om daardoor uiteindelijk de veiligheid in de samenleving te kunnen verbeteren.

working together 300x225 Politie 2.0 (deel 1)

Burgers (wat een rotwoord eigenlijk) zien met z’n allen veel meer dan de 50.000 politieagenten die Nederland rijk is. En dus heeft de politie burgers nodig in de strijd tegen misdaad; ook om meer aanhoudingen ‘op heterdaad’ te kunnen doen. Je hoeft zo niet achteraf op zoek naar de dader en dit is dus veel efficiënter. Vandaar ook dat de term ‘heterdaadkracht’ bij de politie in opkomst is.

De politie heeft bij nadere beschouwing veel met ketenpartners te maken en het is dan ook wenselijk dat die samenwerking goed verloopt. Denk bij ketenpartners bijv. aan de gemeente (uiteindelijk verantwoordelijk voor de veiligheid!), belastingdienst, provincie, maar ook commerciële partners zoals ondernemers. Partners kunnen helpen bij opsporing van boeven maar ook zeker bij het tegenhouden van criminaliteit.

Communicatie

Net als bibliotheken communiceert de politie ook van oudsher aanbodgericht; persberichten worden geschreven en op de eigen website gezet en geïnteresseerden moeten het daar maar komen halen. En omdat dit ook gebeurt – de media zijn over het algemeen zeer gretig als het gaat om politienieuws – kan de status quo gehandhaafd blijven. De media weten de informatie heel goed te vinden, maar dit geldt veel minder voor burgers; probeer op politie.nl maar eens iets te vinden! In enkele korpsen wordt wel al wat geëxperimenteerd met digitale nieuwsbrieven.
In de bibliotheekwereld werkt de communicatie met het publiek wel wat anders. Je moet vaak toch behoorlijk je best doen, bijvoorbeeld door relatiebeheer met de pers, om een bericht geplaatst te krijgen! Daar word je vanzelf proactiever van. Veel bibliotheken hebben het instrument digitale nieuwsbrief al uitgevonden; in Zuid-Holland mede dankzij het faciliterende werk van ProBiblio!

communications specialist 300x225 Politie 2.0 (deel 1)Web 2.0 gaat bij uitstek over interactief communiceren en dit biedt kansen voor de politie. Ten dele wordt hier momenteel al op ingespeeld, maar veelal is de politie nog zoekende naar de juiste methode en de nieuwe rol die erbij hoort.

In deel 2 van Politie 2.0 meer over wat de politie momenteel met en op internet doet.

Plaatjes geleend van Billy V en superciliousness.

Lees ook deel 2 en deel 3!

Welgeleerde buitenstaanders over internet

796784260 5f205fc02f 300x168 Welgeleerde buitenstaanders over internet

In augustus las ik op ZBDigitaal een interessante leestip; een boekje met de titel ‘Beter internet. Welgeleerde buitenstaanders over Web 2.0’, dat ik vervolgens heb aangeschaft en gelezen! Het is geschreven onder redactie van Karen Spaink en één uit een serie van vier over internet in de komende tien jaar. In dit boekje komen naast Karen Spaink vier mannen aan het woord: hoogleraar informatierecht Bernt Hugenholtz, directeur Sociaal Cultureel Planbureau Paul Schnabel, hoogleraar sociologie Abram de Swaan en consultant technologische cultuur Michiel Schwarz.

Alhoewel niet iedereen even positief is over de inhoud van het boek, vond ik het toch interessant genoeg om in elk geval de ideeën van de vier heren samen te vatten en er mijn mening over te geven.

Informalisering maakt mensen onzeker

Na de algemene introductie van Karen Spaink over web 2.0 volgt een interview met Paul Schnabel. Schnabel geeft aan dat er altijd behoefte zal zijn aan experts, omdat zij het inzicht hebben of de geboden informatie betrouwbaar en volledig is. Hier zullen bibliothecarissen (informatiespecialisten) opgelucht over zijn. Volgens Schnabel is informalisering een zich voortzettende trend die wordt benadrukt door de informele omgangscultuur die op internet gewoon is. Dit maakt het ook vrijblijvender; op internet zijn veel mensen heel openhartig, maar wel onder een schuilnaam, zodat er geen consequenties aan verbonden kunnen worden. Ik denk dat hier enige nuancering mogelijk is, zie bijvoorbeeld één van mijn laatste posts over anonimiteit op internet. Schnabel zegt dat informalisering en individualisering mensen onzeker maken, omdat mensen op zoek moeten naar wie ze zijn en iets moeten doen om aan te tonen wie ze zijn.

Plaatsbepaling binnen de kosmos der smaken

Abram de Swaan is de tweede ‘buitenstaander’ die aan het woord komt. Intrigerend vond ik de drie beroepen (‘experts’) die De Swaan overbodig noemt in het huidige internettijdperk: notarissen, apothekers en makelaars. Volgens De Swaan hebben notarissen geen enkele maatschappelijke functie, zijn apothekers voortdurend bezig je uit te leggen dat ze belangrijke kennis hebben en zijn makelaars niet echt gestudeerde mensen die dankzij internet geen monopolie meer hebben. De Swaan noemt het wonderlijk hoe deze beroepsgroepen, deze experts (met name de eerste twee) zich weten te handhaven zonder dat ze enige aanwijsbare functie over hebben. Vervolgens gaat De Swaan in op culturele referenties die mensen op internet in kaart brengen door middel van profielensites. Iemands cultureel kapitaal wordt daarmee duidelijk en zo ontstaan groepen. Volgens De Swaan gaat het hier niet om persoonlijke informatie, maar is het een sociale kenschets. Hier vind ik wel wat voor te zeggen. Op mijn Hyves-profiel kun je – als je mijn vriendje bent – weliswaar zien op welke school ik heb gezeten en welke sport mijn favoriet is, maar zegt dat ook werkelijk iets over mijn persoonlijkheid? Het geeft slechts wat van mijn culturele bagage aan, maar meer dan algemeenheden die ook voor andere mensen kunnen gelden, zijn het niet.

De drang om gezamenlijk te scheppen was er altijd al

Bernt Hugenholtz benadert vooral de privacykant van de internetzaak. Hij noemt de omslag van Web 1.0 naar Web 2.0 eerder een sociologische dan technologische verandering. Interessant, zei de socioloog icon wink Welgeleerde buitenstaanders over internet . De co-creatie zoals in wiki’s gebeurt is in de wetenschap eigenlijk niet nieuw en sluit zelfs aan op de aloude idealen van de wetenschap: informatie delen, gezamenlijk iets maken, alles zo snel mogelijk openbaar maken en voorwerp van kritiek laten zijn en voortbouwen op elkaars kennis en die verbeteren. Zo had ik het zelf tijdens mijn studie nog niet heel erg ervaren! Hugenholtz denkt dat het ‘meervoudig makerschap’ niet hoeft te leiden tot nieuwe opvattingen over het auteursrecht. Veel mensen willen hun creatieve prestaties juist graag delen en van daaruit geredeneerd zou auteursrecht niet meer nodig zijn. We hebben het soms nodig en wellicht dat het ‘moreel recht’ (dat jouw naam blijvend met je eigen werk verbonden is) ervoor in de plaats kan komen. Lijkt me een goed idee!

Hugenholtz was naar aanleiding hiervan onlangs nog op diverse blogs te vinden, zoals op die van Henk Blanken en Arnoud Engelfriet; Hugenholtz zou beweerd hebben dat bloggers geen rechten hebben, omdat ze zo graag gelezen willen worden dat ze stilzwijgend toestemming geven voor hergebruik. Dit bleek iets te zwart-wit neergezet en het vrijgeven voor kopiëren en hergebruiken geldt voor bloggers die bijvoorbeeld niet gebruik maken van de licentie van Creative Commons. Ik doe dat wel.

Als het gaat om het schrappen van beroepen, noemt Hugenholtz de muziekuitgever en de platenproducent; veel meer dan rechten beheren doen deze ‘experts’ niet. Hij vindt het verder positief dat de toegankelijkheid van basiskennis op bijvoorbeeld het terrein van auteursrecht is vergroot waardoor ook meer discussie is ontstaan. Daar heeft hij gelijk in, alhoewel deze discussie op internet vaak internetgerelateerd is!

Koorddansen op de slash

Michiel Schwarz komt als laatste aan bod. Volgens Schwarz leven we in een netwerksamenleving, zowel offline als online. Hij heeft wat moeite met de term ‘web 2.0’ omdat veel van wat onder die noemer wordt geschaard, al normaal wordt gevonden in de gewone wereld. Tot die constatering kwam ik zelf ook al eens! Hij is het niet eens met de scheiding tussen fysiek en digitaal, omdat dit juist alles met elkaar te maken heeft. Rond informatie spelen juridische problemen, zoals welke informatie betrouwbaar is, wie er verantwoordelijk voor is en waar je het mag neerzetten. Vandaar de discussies over auteursrecht bijvoorbeeld.

Onze cultuur is door en door met technologie verbonden en we moeten continu een discussie voeren om te zorgen dat de cultuur blijft bestaan. Waar niet (meer) over gesproken wordt, is niet belangrijk (meer). Er is sprake van een schijntegenstelling tussen de fysieke en virtuele wereld; dat uit zich in de veelheid aan begrippen met een schuine streep ertussen: realiteit/virtualiteit, formeel/informeel, producent/consument, zender/ontvanger. We koorddansen op deze ‘slashes’ terwijl we proberen te ontdekken welke van de twee geldig is. Maar misschien zijn ze dat allebei wel. De cultuur is veranderd door technologie en vervolgens verandert de betekenis van technologie in onze cultuur.

Plaatje geleend van the trial.

Presidentsverkiezingen Amerika tot in Second Life

De hele wereld volgt de aanloop naar de presidentsverkiezingen in Amerika en internet wordt door beide kandidaten ingezet als medium om stemmen te winnen. Obama doet dit misschien nog iets meer/beter dan McCain. Zo kwam onlangs in het nieuws dat Obama via de iPhone campagne voert én dat zijn advertenties sinds kort te vinden zijn in de game Burnout Paradise op de XBox 360.

Vandaag stuitte ik op een YouTube-filmpje waarin een vrouw (of eigenlijk: haar avatar!) vertelt dat zij in Second Life ‘langs de deuren’ gaat om de boodschap van Obama te verspreiden. Intrigerend hoe de virtuele wereld de echte wereld in zekere zin weerspiegelt.

Vrouwen en internet

Vrouwen versus mannen. Of het verschil in gedrag tussen de twee geslachten nu daadwerkelijk biologisch van aard is of dat de opvoeding/omgeving de bepalende factor is: er ís verschil in gedrag. Ook op internet. Als grrl interesseert mij natuurlijk het internetgedrag van vrouwen. Naar internetgedrag in het algemeen wordt regelmatig onderzoek gedaan en er blijken verschillen tussen mannen en vrouwen, onder te verdelen in een aantal onderwerpen.

Netwerken

Web 2.0 gaat over interactie en delen. Dat betekent dus communicatie waar vrouwen nu eenmaal anders in staan dan mannen. 84% van de Nederlanders zit in enige mate op internet; vrouwen en mannen ongeveer evenveel. Vrouwen (en dan vooral vrouwen tussen 14 en 24 jaar) bevinden zich in grotere getale dan mannen op online netwerken. Dit geldt alleen niet voor LinkedIn, waar meer mannen actief zijn.
Voor Hyves blijkt de verhouding man-vrouw overigens iets gelijker te zijn.

Bloggen

Als het gaat om bloggen zijn vrouwen in opkomst. De Volkskrant deed onderzoek naar netwerken voor bloggende vrouwen en kwam tot de conclusie dat vrouwen steeds beter zijn vertegenwoordigd op weblogs en hier ook steeds meer erkenning voor krijgen. Natuurlijk viel de onderzoekers ook het blog Dutch Cowgirls op! Naar aanleiding van de start van dit blog spreekt Jeroen Mirck van de feminisering van internet, alhoewel hij ook aangeeft dat de vernieuwde impuls in ‘vrouwenmarketing‘ grote onzin is.

2798850223 d5992636d5 300x199 Vrouwen en internet

Aankopen

Vrouwen zijn in meerderheid (een algemeen bekend percentage is 80%) verantwoordelijk voor de aankopen in het gezin en dit doen zij ook, en zelfs voor hoge bedragen, op internet. Uit onderzoek onder Britse vrouwen (30-40 jaar) blijkt dat shoppen (goederen en reizen) een belangrijke motivatie is om op internet te vertoeven. De aankopen die vrouwen doen blijken vaak niet alleen voor zichzelf te zijn. Vrouwen zijn meer geneigd om gratis producten aan te vragen en acties door te sturen.

Zoeken op internet

Uit een Amerikaans onderzoek dat ik bij het organisatie- en adviesbureau Present Media vond, blijkt dat vrouwen internet meestal zoeken naar productinformatie, informatie over gezondheid of informatie over reizen in het kader van ‘kijk en vergelijk’. Mannen zijn vooral geïnteresseerd in weer- en nieuwssites (met name financieel nieuws) en het downloaden van muziek.

Carrière

In de ICT-sector blijken vrouwen op weg te zijn naar de top. Ook Viva probeerde met de Viva 400 aan te tonen dat het met vrouwen (online én offline) echt zo slecht nog niet gaat. Hoofdredacteur Corinne van Duin op Dutch Cowgirls:

“Zodra het onderwerp vrouwen & carrière aan bod komt is het in Nederland meteen tobben geblazen. Taskforce Vrouwen aan de top, Glazen Plafonds, poldermoeders, dure kinderopvang – allemaal enge termen voor zeurderige werkverhalen. Dat de werkelijkheid er veel rooskleuriger uitziet, bewijst de lijst van Viva 400 met louter succesvolle jonge vrouwen. Zij zijn helemaal niet bezig met het springen van Glazen Kliffen en zitten ook niet te dubben over het percentage seksegenoten dat deelneemt aan het arbeidsproces. Deze vrouwen gáán er gewoon voor. Ze zijn gedreven en doen waar ze goed in zijn én lol in hebben. En zo bereiken ze stuk voor stuk de top.”

Al met al verschilt het gedrag van vrouwen op internet eigenlijk niet veel van het gedrag in de echte wereld; echt schokkende resultaten heeft mijn zoektocht niet opgeleverd. En dat is ook wel weer een resultaat. Nog een laatste feitje dan; een kwart van de Nederlandse vrouwen laat zich inspireren door… vrouwen!

Tot slot: voor wie niet gelooft dat vrouwen over de wereld heersen, moet dit filmpje maar eens bekijken! icon wink Vrouwen en internet

Plaatje geleend van tuexperto_com5

Anoniem: moet kunnen!

Meer dan een tipje van de sluier van wie ik ben, heb ik niet gegeven tot nu toe. En dat zal ook wel zo blijven. Daar heb ik zo mijn redenen voor. Edwin schreef vandaag dat hij het te beperkt vindt als mensen op internet ervoor kiezen om anoniem te blijven. Anoniem is anoniet, vindt hij.

Daar ben ik het niet mee eens en in plaats van op zijn blog een veel te lange reactie te plaatsen, doe ik het bij deze op mijn eigen blog. Edwin kreeg veel reacties op zijn post, maar veel daarvan waren verontschuldigingen/bekentenissen (reacties als “mijn echte naam is makkelijk te vinden via Google” en “als je maar weet wie ik echt ben toch?”) en mensen die het helemaal met hem eens zijn. Behalve schrijverdezes dan. Op de blog van Jan vond trouwens een paar maanden eerder ook discussie plaats over de (on)gewenstheid van anonimiteit.

Ik vind dat het gaat om de inhoud, niet om de vorm. Het is niet belangrijk of je mij in het echte leven nu wel of niet kent, maar of je mijn ideeën en verhalen interessant vindt. Sommige mensen zeggen: “Waarom zou je niet je persoonlijke gegevens delen, je hebt toch niets te verbergen?”. Dat is nu juist het punt niet. Ik héb niets te verbergen maar dat wil niet zeggen dat de hele wereld allerlei persoonlijke gegevens over mij hoeft te hebben, die net zo goed misbruikt kunnen worden; immers internet is van iedereen, delen 2.0 of niet! Dus, beste lezer, vat het niet persoonlijk op dat ik niet alles met je deel, het ligt niet aan jou, maar aan de unieke eigenschappen van internet waarvan we de gevolgen nu nog niet goed kunnen overzien. Als ik weet dat we ergens op hetzelfde moment zijn, sta ik open voor een kennismaking. Dat ging zo ook met Liesbeth laatst.

Een laatste punt dat Liek maakt, is dat mensen die anoniem worden geen verantwoording hoeven af te leggen, dat is lekker veilig voor hen. En dat als je niet meer anoniem bent, je tenminste beter nadenkt over wat je schrijft. Misschien geldt dat inderdaad voor veel anoniemelingen, maar voor mij zeker niet! Ik doe mij ook niet anders voor op internet dan in het echte leven. Dat vind ik namelijk niet eerlijk. Voor mij is de digitale wereld net zo goed een echte wereld!

Om mijn online identiteit toch nog een beetje menselijk te maken, sta ik er wel met een foto op en schrijf ik ook weleens iets persoonlijks, zoals over mijn vader en moeder. En daar moet mijn lezer het maar mee doen.

Tot slot: anonieme reacties op mijn eigen blog krijg ik niet zoveel maar ik kan begrijpen dat deze net iets minder leuk zijn omdat je in eerste instantie niet weet wie erachter zit. Totdat diegene vaker reageert en er een bepaald beeld van diegene ontstaat; dan maakt het mij echt niet uit of hij/zij zichzelf volledig prijsgeeft op internet of niet. Als hij/zij maar zinnige dingen zegt! icon smile Anoniem: moet kunnen!

natalie 2008 Anoniem: moet kunnen!

p.s. het is toch opmerkelijk dat uit een recent onderzoek blijkt dat tieners sociale netwerken steeds meer links laten liggen vanwege het imago van deze tieners én omdat ze steeds voorzichtiger worden in het delen van persoonsgegevens…