Web 2.0, nieuwe toepassingen, internet, marketing, games

Day Zero Project – nog:

Loading...

Pagina’s

Recente reacties

Recente posts

Populaire posts

Rubrieken

Archives

  • 2010 (29)
  • 2009 (33)
  • 2008 (43)

Links:

Meta

Creative Commons License

Politie 2.0

8 manieren om misdaad te bestrijden met sociale media

Twee jongens verkleed voor Halloween als superheldenDe misdaad bestrijden via sociale media gebeurt veelal op een indirecte manier, door burgers te betrekken bij het politiewerk bijvoorbeeld. Daar pak je niet gelijk de harde criminaliteit mee aan. Maar het is ook goed mogelijk om daadwerkelijk boeven te vangen met behulp van sociale media. Ik kan veel voorbeelden geven van hoe politiekorpsen in binnen- en buitenland sociale media inzetten om de misdaad te bestrijden. Maar laat ik het nou eens categoriseren tot 8 manieren om misdaad te bestrijden. In volgorde van mate van impact op je korps, van weinig naar veel.

1. Volg wat er over je gezegd wordt

Zoeken op internet (op Twitter, blogs, fora) op een aantal termen zoals ‘politie’, ‘agent’, ‘wijkagent’ en nog wat termen levert veel informatie op over hoe je doelgroep, de inwoners uit je regiokorps, over je denken. Je kunt bepalen welk beeld de inwoners hebben, waar ze mee zitten, wie de beïnvloeders zijn en je krijgt vanzelf ideeën over wat je kunt doen om dat beeld bij te stellen. Deze manier van de misdaad bestrijden is wel heel indirect; in eerste instantie merkt niemand er iets van dat je dit doet. Totdat je bij het onderstaande derde punt bent en ook daadwerkelijk iets gaat doen met de opgedane kennis.

Doel: kennis vergaren over je online imago, online reputatie, over waar mensen mee zitten
Middelen: Google (Blogs), Google Alerts, Tweetdeck, search.twitter.com en om te verzamelen: iGoogle, Netvibes, Yahoo Pipes
Voorbeelden: mediawatching Brabant Zuid-Oost, mediawatching Utrecht

2. Gebruik sociale media als extra communicatiemiddel

Had je vroeger radio, tv en krant ter beschikking om iets te melden, nu is een breed scala aan mediakanalen beschikbaar. Iedereen kiest zijn eigen pakket aan media om te volgen; Hyves voor je vrienden, nieuwssites voor het nieuws en YouTube voor videootjes. Mensen zoeken steeds meer hun eigen plek op in deze chaos. Ze maken alleen tijd voor communicatie die inspeelt op wat zij belangrijk vinden.

Internet is ideaal om je boodschap heel precies uit te zetten bij de doelgroep die je voor ogen hebt, als extra communicatiekanaal dus. Ben je op zoek naar mogelijke getuigen die tussen half acht en half negen ‘s ochtends langs een bepaald punt fietsten en iets gezien kunnen hebben, dan zou je bijvoorbeeld Hyves kunnen inzetten. Je stuurt dan een Hyves-bericht naar iedereen met een profiel in een straal van zoveel kilometer om die plek heen (fietsafstand). Of je houdt een campagne om mensen bewust te maken van de signalen van autokraken en adverteert ermee op de Hyves-profielen in jouw regio. Zoek uit waar jouw doelgroep van dat moment zich online begeeft en maak een plan om ze te bereiken. Uiteraard moet de boodschap wel zijn afgestemd op het middel en de doelgroep, maar dat spreekt vanzelf voor communicatiespecialisten. :-)

Doel: doelgroepgerichte communicatie
Middelen: sociale netwerksites: Hyves, Facebook, Netlog, Twitter, etc.
Voorbeelden: IJsselland met de zaak familie Vis, Utrecht met herkendesignalen.nl, Kennemerland met moord op Gerard Zonneveld

3. Vertel wat je doet en waarom

Een organisatie die transparant is over het reilen en zeilen is geen unicum meer in de huidige tijd. Sterker nog, online wordt het min of meer verwacht; vertel wat je doet en waarom en mensen krijgen meer begrip voor je. Ze gaan zich betrokken voelen bij wat je doet, als ze geloven in het doel ervan. En, heel belangrijk, vertel niet alleen, maar luister ook naar reacties. En reageer daar weer op. Ga de interactie aan met je doelgroep. En ja, als je dat nooit eerder gedaan hebt, is dat even wennen. Hierbij zoek je bij voorkeur het publiek op waar het al is, in plaats van een eigen plek op internet te creëren waar je mensen naar toe moet zien te krijgen.

Doel: meer vertrouwen en betrokkenheid van de doelgroep, online reputatiemanagement
Middelen: blog, microblog
Voorbeelden: wijkagenten, meldkamer Friesland, persvoorlichters Groningen, politiechefs Brabant Zuid-Oost

4. Beantwoord vragen en klachten van de doelgroep

Een stapje verder gaat het daadwerkelijk actief werken aan online reputatiemanagement, ook wel webcare genoemd. Hiermee bedoel ik niet je straatje schoonvegen en je imago oppoetsen naar iets dat het niet is. De politie is er om mensen zich veilig te laten voelen. Dit kun je doen door onzekerheden weg te nemen en te laten zien dat men op je kan vertrouwen en dat het goed komt. Door het gesprek met mensen aan te gaan en in te gaan op wat er leeft. Begrip voor wat je doet, is stap één in het kweken van vertrouwen.

Om deze manier van misdaad bestrijden goed te kunnen doen, moet je intern wel het één en ander georganiseerd hebben; wie neemt deze taak op zich? Wat zijn de afspraken? Waar wel/niet op reageren? Ook tips van getuigen kunnen door mensen via sociale media gedeeld worden, dus daar kun je als politie ook iets mee. Door te laten zien dat je als organisatie mensen serieus neemt, zullen zij ook eerder bereid zijn een volgende keer te helpen. Dé valkuil hierin is het scheppen van verwachtingen. Eenmaal begonnen met online reputatiemanagement kun je het eigenlijk niet maken ermee te stoppen. Mensen zullen je weten te vinden en verwachten dat ze geholpen worden; en snel ook! Lastig voor de politie is dat veel commentaar over ‘de politie’ gaat; het zou dus goed zijn deze manier van de misdaad bestrijden landelijk te organiseren.

Doel: online reputatiemanagement
Middelen: het hele internet, maar vooral aanwezig op Twitter
Voorbeelden: geen politievoorbeelden vooralsnog; wel UPC, ING, Vodafone, 9292OV en vele anderen!

5. Vraag je doelgroep mee te doen

Weer een stapje verder ga je als je een daadwerkelijke inspanning vraagt van je publiek. Het aloude geven en nemen geldt bij sociale media net zo goed. Als je het publiek bijvoorbeeld vraagt nú uit te kijken naar een vermist kind, moet je toch minstens terugrapporteren als de actie voorbij is en het kind al dan niet gevonden is. En vragen beantwoorden die naar aanleiding van de actie opkomen. Getuigenoproepen zijn al zo oud als de weg naar Rome, via kranten, televisie en posters op politiebureaus. Doe je de getuigenoproepen via sociale media dan zijn de spelregels toch net even anders. De politie in Groningen gaf via YouTube bewakingsbeelden vrij waarop de mogelijke verdachte is te zien van de branden in Veendam. De vraag: wie kent deze persoon? Het Openbaar Ministerie (OM) heeft toestemming gegeven voor het plaatsen van deze beelden; kennelijk voldoen de feiten aan de eisen om een dergelijk zwaar opsporingsmiddel in te zetten. De politie kan de beelden netjes van YouTube halen als de verdachte herkend is, maar het is voor een ieder mogelijk de beelden te kopiëren en te bewaren voor later… dat is iets voor politie en OM om rekening mee te houden bij het vragen om herkenningen via sociale media. De politie hoeft er in elk geval geen verantwoording voor af te leggen.

Doel: burgers betrekken en zodoende tips binnenkrijgen
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: ‘Tweet-alerts’ Brabant Zuid-Oost (bijv. Eindhoven en Heeze), Stopdecriminaliteit.nl, depolitiezoekt.nl, depolitiezoekt.hyves.nl

6. Vraag je doelgroep mee te denken

Om je heen kijken of je iets ziet of op een plaatje kijken of je die persoon herkent is nog relatief passief. Het kost weinig moeite en je zult dus veel mensen bereid zien hieraan mee te werken. Anders wordt het wanneer je je publiek daadwerkelijk vraagt mee te denken. Het passieve verandert in actief en de grap is dat een evengrote inspanning terug verwacht wordt. Stel dat je als burger enorm veel verstand hebt van een bepaald type auto, door jarenlange ervaring en liefhebberij. De politie vraagt naar aanleiding van een opsporingszaak publiekelijk om informatie over die auto. Als je die informatie deelt, zou je het ook wel op prijs stellen daar enige waardering voor terug te krijgen. Het kan ook zijn dat je je vanaf dat moment betrokken bij het betreffende onderzoek en dat je hoopt dat door jouw informatie de zaak misschien wel opgelost kan worden. Wil je als politie dat dergelijke betrokken burgers ook zo betrokken blijven, dan moet je ze blijven betrekken bij je onderzoek, door nieuwe informatie te delen over de voortgang van het onderzoek)en nieuwe publieksvragen te stellen. Dé site waarop dit alles mogelijk is, is Politieonderzoeken.nl, die overigens aan een flinke verbouwing toe is. Bij de lancering werd een hoofdwond uit een oude zaak gepresenteerd met de vraag aan het publiek welk wapen die wond veroorzaakt heeft. Crowdsourcing ten top! Maar na die vraag was het stil, want in oude zaken zit niet zoveel leven meer, letterlijk en figuurlijk. Een actuele zaak zou nog beter zijn, omdat je dan regelmatig iets nieuws kan melden; de zaak is immers in beweging. Daarbij kun je ook betrekken wat over het onderwerp geschreven wordt en daarmee laten zien dat je niet met oogkleppen oploopt.

Doel: tips binnenkrijgen maar ook burgers als informatiebron: crowdsourcing
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: Politieonderzoeken.nl

7. Zoek de boeven op

Hier smullen veel rechercheurs van; boeven opsporen op internet. Er zijn inderdaad veel boeven, grote maar vooral kleine, die informatie achterlaten via sociale media die zo weer opgepikt kan worden door de politie. Als ze weten waar ze moeten zoeken natuurlijk. Daar wordt de politie steeds beter in, bijvoorbeeld door bijscholing op dit gebied. Je hebt bijvoorbeeld de cursus 23 PolitieDingen en 23 OpsporingsDingen om een basiskennis te geven van de digitale wereld. Maar ook cursussen digitaal opsporen/internetrechercheren gaan als warme broodjes. En maar goed ook, want er is een hoop te vinden in deze wereld waar we ons voordeel mee kunnen doen. De noodzaak internet tot serieus werkterrein te zien, is aanwezig, dus stap 1 van de cultuurverandering is gezet. Een belangrijk issue waar aandacht aan besteed wordt in deze cursussen is slim zoeken. Je laat altijd sporen achter als je aan het surfen bent, dus wees je daarvan bewust en neem maatregelen. Het proces van borging in de organisatie komt langzaamaan van de grond in de meeste korpsen.

Doel: als politie zelf handig zijn op internet en sociale media en daardoor meer/beter boeven vangen
Middelen
: het hele internet, maar vooral profielensites en andere online communities
Voorbeelden: *gecensureerd*

8. ‘Naming and shaming’

Het voorkomen van criminaliteit is voor de politie heel efficiënt; als iets níet gebeurt, hoef je ook geen boef te vangen en is er ook geen slachtoffer. Voor het voorkómen van criminaliteit zou meer aandacht moeten zijn in politieland. In dit verband kun je ook denken aan het stoppen van iemand die al crimineel bezig is; zand in de molen strooien. Stel, een man ronselt via Hyves meisjes die hij voor hem in de seksindustrie laat werken. Je weet wie het is, maar je kunt niets beginnen omdat je geen belastende verklaringen van de meisjes kunt krijgen; ze zijn bang. Lastige situatie, want de boef pakken gaat dus niet. Om te zorgen dat de beste man niet nog meer slachtoffers maakt, kun je ervoor kiezen hem publiekelijk aan de digitale schandpaal te nagelen, bijv. via datzelfde Hyves, door meisjes voor hem te waarschuwen. Een tactiek die ook wel ‘naming and shaming‘ wordt genoemd. Het mag duidelijk zijn dat deze manier van het inzetten van sociale media voor de politie vrij extreem is, gezien het recht op privacy, en het is op de beschreven manier dan ook tot nu toe in Nederland nog niet toegepast. Maar voor sommige sites als GeenStijl is deze werkwijze de gewoonste zaak van de wereld; de politie zoekt een vieze man en de GeenStijl-ers zullen dat zaakje weleens oplossen! De politie in Engeland en Amerika is minder terughoudend dan de Nederlandse politie en past men deze werkwijze wel regelmatig toe, bijvoorbeeld bij pedofielen. In die landen geldt dus: eens een crimineel, altijd een crimineel. Alhoewel daar ook veel discussie over is, bijvoorbeeld over beschonken bestuurders en hun recht op privacy.

Doel: tegenhouden of stoppen van criminele activiteiten door individuele daders
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: geen uit Nederland, wel voorbeelden in het buitenland, zoals in Exeter, Londen en Los Angeles

Eerst doel, dan middel

Al met al is er veel dat de politie kan doen met sociale media om het werk te helpen en de misdaad te bestrijden, al is het in de meeste van bovenstaande manieren indirect. Het belangrijkste is dat je eerst moet bedenken welk doel je wil bereiken bij welke doelgroep en vervolgens bedenkt welke middelenmix erbij past. Misschien is dat Twitter of Facebook, misschien is dat een ordinair 1.0-buurtonderzoek.

Welke mogelijkheden om de misdaad bestrijden met sociale media ben ik vergeten? Of vind je dat één van de bovengenoemde juist geen goed idee is voor de politie? Geef hieronder dan je reactie.

Deze blogpost is geïnspireerd op een artikel op Mashable over wetshandhavers en sociale media.
Foto geleend van Kreg.Steppe

Filmpje: waarom sociale media verbieden?

Soms is het goed om een tegengeluid te horen. Als je alleen maar positieve verhalen hoort en leest over de inzet van sociale media in je organisatie… zó eenzijdig! Er móeten toch ook wel nadelen zijn? De man in het onderstaande filmpje heeft ze ontdekt: de tien redenen om sociale media in je organisatie te verbieden. Werkgevers, opgelet!

Via het blog van Krispijn op Ambtenaar 2.0.

Innovatie en bezuinigingen

Het blijft een lastige combinatie: innovatie en bezuinigingen. Het lijkt of de twee tegenover elkaar staan. Dat je moet kiezen tussen beide. Ga je bezuinigen? Dan maar niet meer innoveren, da’s toch extra. Er bestaat zoiets als anticyclisch investeren dat inhoudt dat je in slechte tijden júist moet investeren, moet innoveren. Daarmee kom je de crisis beter door en sta je erna sterker dan je concurrenten.

Extra taken eraf

En toch gaat dat het logische verstand van veel managers te boven. Ik maak het nu aan den lijve mee; een manager moet terug in formatie en bekijkt zijn core business. Dat blijkt opsporen te zijn, boeven vangen. Iemand die als katalysator (zijn woorden!) binnen deze afdeling functioneert en probeert op allerlei manieren internet tussen de oren te krijgen van de rechercheurs, wordt dan al snel als extra gezien. En extra moet eraf in tijden van bezuinigingen.  Ergens begrijp ik de redenering, maar ergens ook weer niet. Ik kan als adviseur digitale media geen boeven opsporen, maar kan de rechercheurs daarin wél faciliteren door ze de Wondere Digitale Wereld te laten ontdekken. Bijvoorbeeld via de cursus 23 OpsporingsDingen. En dat is echt nog maar één voorbeeld. Een begin. Een basis. Die zoveel collega’s nog ontberen, blijkt, nu we al bijna aan het einde zijn van de eerste (en enige?) ronde van de cursus. De gedachte is dat de rechercheurs met deze nieuwe kennis hun recherchewerk kunnen verrijken, waardoor dit uiteindelijk misschien wel leidt tot meer efficiëntie en effectiviteit. Slimmer opsporen dus. Precies ook één van de uitgangspunten van deze manager.

De jeugd weet de weg op internet?

Een aanvullend argument dat ik hoorde voor het schrappen van mijn functie: de jeugd van nu hééft internet al tussen de oren, weet de weg op internet. Mijn ervaring met deze jeugd is dat zij zich maar beperkt begeven op het web en vooral MSN, Hyves en dergelijke favorieten zijn. Dat ze meer handigheid hebben met internet dan oudere collega’s, wil niet zeggen dat ze hun weg daarop goed weten te vinden. En dat ze het in hun werk kunnen toepassen. Ze missen vaak mediawijsheid. Bovendien duurt het nog járen voordat de met internet opgegroeide jeugd de oudere generaties vervangen heeft op de werkvloer. Ik hoor het graag als iemand daar anders over denkt!

Na twee jaar in een tijdelijke, innovatieve functie te hebben gewerkt, is mij wel duidelijk geworden dat innovatie in magere jaren moeilijk te bestendigen is. Wat mijn specialisme tot een zeer crisisgevoelige maakt! Een constatering waar ik het voorlopig even mee moet doen, evenals mijn lezers.

Foto geleend van LShave.

Sociale media en beren op de weg

Nieuw is anders. Anders kan eng zijn. Het roept allerlei beelden op bij sommige mensen. Beelden van beren die op de weg staan. Of ze er nou echt zijn of niet. Ze worden gezien door die mensen en daardoor durven ze niet verder te lopen. Ze durven geen nieuwe dingen te doen. Een mooie uitdaging voor mensen die het gebruik van sociale media willen stimuleren!

Doelgroepen ontdekken

Het gebruik van sociale media is voor veel bedrijven nieuw. Ze zijn nog in de ontdek- en experimenteerfase; welke kanalen hebben welke effecten op welke doelgroepen? Nieuwigheden worden altijd als eerste door de jeugd ontdekt. Of toch niet? Zo blijkt Twitter nog helemaal niet zo erg bewoond te worden door jongeren als je misschien zou denken. Maar het is dus uitproberen om erachter te komen wat je precies kunt bereiken door sociale toepassingen op internet in te zetten. Je kunt dus van te voren niet goed zeggen wat er gaat gebeuren. En dat geeft onzekerheid.

Anderen betrekken

Anderen vinden het juist spannend en staan te springen om het uit te proberen. Noem het een experiment, en je kunt al gauw akkoord krijgen van het management. Ze hoeven er zelf namelijk niets voor te doen en zien later wel of borging aan de orde is. Een experiment van enkelen is gedoemd te mislukken als je vervolgens geen breed draagvlak creëert onder alle betrokkenen. Je kunt ze nooit genoeg betrekken, blijkt in de praktijk. En daarbij is het niet van belang hoe geweldig het idee is of hoeveel behoefte je doelgroep eraan heeft; bezwaren zijn er toch. Betrokkenen moeten hun bezwaren kunnen uiten, de beren op de weg kunnen benoemen. Dan is het vervolgens de kunst om die beren zoveel mogelijk te laten verdwijnen. Bijvoorbeeld door het aandragen van goede argumenten en oplossingen voor mogelijke problemen, al blijft de emotionele kant lastig. Op een gegeven moment is de weg open voor vooruitgang, voor nieuwe dingen. Dan kun je ook hen meenemen in die verandering. Uiteindelijk een kwestie van een lange adem; steun van het management hierin is ook van belang. En in het geval van sociale media gaat het hier ook wel om een cultuuromslag, want het gaat toch om een wezenlijk andere manier van werken. Opeens een dialoog aangaan met mensen in plaats van alleen je boodschap zenden. Dat is een hele omschakeling!

Nieuwe rol communicatie

Internet is bij uitstek een communicatiemiddel. De afdeling die daarover gaat, wordt dus vaak bij internetexperimenten betrokken. Afdelingen communicatie waren tot voor kort altijd sturend in alle externe en een groot deel van de interne communicatie in een organisatie. Met de nieuwe democratie/anarchie op internet maakt iedereen zelf de dienst uit. Vrijheid, blijheid! Communicatie verliest de regie op haar vak. Het enige wat rest is faciliteren, stimuleren en ondersteunen/adviseren. Dat is alsnog een mooie rol, al is de wat minder leuke kant daaraan misschien het opruimen van de rommel die de niet-communicatieprofessionals maken op internet. Ik kan me voorstellen dat dat niet is waar je op ingetekend had. Maar ja, de wereld verandert en je helpt jezelf door met die wereld mee te veranderen en je nieuwe rol goed in te vullen.

De veranderaar

Als ontdekker van nut en noodzaak van sociale media ben je dus vooral een veranderaar die het eeuwenoude spel van veranderen moet spelen om dingen gedaan te krijgen. Spontaan moest ik weer denken aan dat plaatje dat ik twee jaar geleden erg sprekend vond en nu weer erg van toepassing; de ondertitel is ‘50 reasons not to change‘. Sommige dingen veranderen niet… ;-)

Inspiratie voor deze blogpost heb ik mede te danken aan de input van leden van het Doeners 2.0-netwerk: professionals die binnen de overheid nieuwe dingen doen en allemaal met beren te maken hebben.

Foto’s geleend van Genista, Intersection Consulting en Syvanen.

Politie in beeld (2)

Vertegenwoordigers van vier politiekorpsen bespraken onlangs de uitkomsten van de analyse van berichten over de politie gedurende twee weken, een experiment. Dit leverde interessante resultaten op! Op hoofdlijnen volgt hier een beschrijving van de resultaten en het vervolg.

Webcare van toegevoegde waarde?

Eerder schreef ik al over het voornemen internet te monitoren en gaf ik later nog een paar praktische voorbeelden van de politie in het nieuws. Nu dus de uitkomsten en het vervolg. We hadden ons tot doel gesteld informatie te verzamelen om te bepalen of webcare van toegevoegde waarde is voor politie Nederland en zo ja, hoe. De vraag was welke informatie we zouden kunnen verzamelen en wat je er eventueel mee had kunnen doen. In totaal werd op 15 dagen internet gemonitord op vier trefwoorden: politie, agent of skouto, wijkagent en korpschef. Per dag bleek de monitoring gemiddeld 35 in enige mate interessante reacties op te leveren.

Interessante reacties

En dan is de vraag, wat zijn dan die ‘in enige mate interessante reacties’? Het bleek om een aantal categorieën reacties te gaan:

  • Nieuwsberichten kranten
  • Persberichten politie
  • Verkeerscontroles
  • Getuigenissen over politieactie
  • Verklaring vragen over aanwezigheid politie
  • Kritiek op politie
  • Slachtoffers van criminaliteit
  • Vragen aan/over politie
  • Onzinberichten

Zinnige acties

Bij nieuws- en persberichten is het duidelijk dat je er niets mee hoeft te doen. Er wordt geen reactie verwacht. Van een aantal andere categorieën is veel duidelijker dat je er iets mee zou kunnen doen. Bijvoorbeeld:

  • Beantwoorden, bedanken
  • Een afspraak maken
  • Intern informatie doorgeven
  • Retweeten
  • Reageren
  • Intern uitzoeken
  • Geen actie!

Als je deze acties zou uitvoeren, betekent dat ook iets voor je organisatie; begin je eenmaal met reageren, dan verwachten mensen dat je dat de keren erna ook doet. Je kunt er niet opeens mee stoppen. Andere afdelingen moeten soms ook iets met de berichten, bijvoorbeeld als er waardevolle getuigeninformatie wordt gegeven. Of als een proces binnen de dienstverlening aangepast moet worden. Overigens bleek ook dat niet alle berichten zich voor een reactie van de politie lenen.

Opbrengsten experiment

Webcare kost tijd. Heel veel tijd. Dat is ook een resultaat van dit experiment. En dat terwijl je niet precies weet wat het oplevert, nu of op de lange termijn. ‘Luisteren’ naar wat er speelt is desondanks ook al nuttig. Ga je wel actief iets doen wat je webcare zou kunnen noemen, dan kan dit een bijdrage leveren aan het verbeteren van de dienstverlening, het kan de opsporing helpen, gedragsverandering veroorzaken en de tevredenheid van burgers verhogen. Maar dan moet er wel geïnvesteerd worden in menskracht en daadkracht. De vraag is hoe de hoofden communicatie van politie Nederland daarover denken. Misschien zien ze het wel zitten om bovenregionale webcareteams (dat zijn er dan 6) in te richten, of ook een landelijk team. Je hebt namelijk berichten die op jouw korps betrekking hebben maar net zo goed ook berichten die slaan op de hele politieorganisatie.

Mijn mening? Ik denk dat er genoeg kansen voor het grijpen liggen en dat we webcare mogelijk moeten maken.

Foto geleend van Jacob Whittaker.

Dag van de ambtenaar 2.0 2010

Een unieke crowdsourcing-actie van ambtenaren; roep dat je een dag organiseert voor de ‘ambtenaar 2.0′ en vraag mensen zich te melden als ze eraan willen bijdragen. Alles pro bono uiteraard. Resultaat: binnen enkele weken een overvol programma en een wachtlijst voor bezoekers! Het congres was dus al bij voorbaat een succes. En wie wil daar nou niet een steentje aan bijdragen?

23 Dingen… een cursus ook voor jouw organisatie?

Ook ik deed, net als enkele andere politiecollega’s, een duit in het zakje en zegde toe iets te vertellen over de cursus 23 Dingen. Niet zozeer om mensen te overtuigen de cursus te gaan volgen maar om ze te overtuigen zélf met de cursus aan de slag te gaan in hún organisatie. 23 puntjepuntjeDingen dus. Net als dat ik er 23 PolitieDingen van gemaakt heb en nu bezig ben met 23 OpsporingsDingen. Mijn inschatting was namelijk dat de mensen die op deze dag af zouden komen, vooral mensen zouden zijn die zelf al ’2.0-minded’ zijn. Zij hebben dus niet zozeer die cursus voor zichzelf nodig, maar juist wel voor hun organisatie! En mijn aanname bleek heel aardig te kloppen; er werd wat afgetwitterd, gefotografeerd en gefilmd!

Open Podium

Ik had een plekje op het Open Podium gekregen, een hoekje in een grote zaal waar ook bedrijven hun diensten presenteerden en zogenoemde Pecha Kucha-presentaties plaatsvonden. Je raadt het al, het was een beetje rommelig en rumoerig. In de ochtend kozen ook nog veel mensen voor het volgen van een workshop in plaats van een kort praatje op het Open Podium. Kortom, het was rustig tijdens mijn presentatie (zie onderaan)! Later kwam ik nog wel mensen tegen die zeiden het jammer te vinden mijn verhaal gemist te hebben; er was ook zoveel keuze in workshops en andere zaken! Toen heb ik ter plekke nog maar even het verhaal verteld! Ik was niet eens echt origineel meer met mijn gebruik van Prezi in plaats van Powerpoint. Jammer hoor ;-) .

Conducteur zonder werk

‘s Middags liep ik rond als conducteur, in een beeldig oranje hesje met bijpassend spoorwegenpetje. De bedoeling was de bezoekers te helpen die vragen hadden. Die bleken er nauwelijks te zijn, dus hielp ik de workshopleiders er maar aan herinneren dat ze bijna moesten stoppen. Toch nog nuttig. Aan het einde van de dag werd de Overheidsorganisatie 2.0 van het jaar uitgekozen; dat werd de gemeente Amsterdam!

Waardevolle dag

Het was een waardevolle dag voor het opdoen van contacten en inspiratie krijgen voor eigen projecten (bekijk het verslag!). Ik hoop dat het volgend jaar weer gaat lukken deze dag van de grond te krijgen en dat ik dat dan ook weer mag meemaken als (politie)ambtenaar! En wie weet behoort een Dag van de Politieambtenaar 2.0 ook nog wel tot de mogelijkheden… ;-)


Foto’s geleend van cquarles en Steve Garfield.

Politie in beeld – intermezzo

Eerder schreef ik over de hoeveelheid berichten die op internet te vinden zijn van en over de politie. Van de laatste categorie is een aanzienlijk deel negatief. Maar soms verschijnt er ook weleens een positief verhaal. Een voorbeeld van beide. Van de website GeenStijl. De schrijvers van deze site laten zich vaak kritisch uit over de politie, en ik kan ze niet altijd ongelijk geven.

Kijk maar eens naar deze opname voor GeenStijl-tv, waarin presentator Rutger probeert een ‘ flitsagentje’  te interviewen.

Eerlijk is eerlijk, hier gaan mijn tenen spontaan van krommen.

Dat gevoel had ik ook bij het volgende filmpje, maar met een andere reden: de meneer die hier aan de kant gezet is, gelooft heilig in verschillende rechten voor verschillende soorten mensen. Uiteraard heeft hij er méér dan het gewone plebs. Óf deze meneer meent het echt want hij heeft toestemming tot uitzending gegeven, met hem herkenbaar in beeld. Óf het filmpje is een hoax, in scene gezet. Dat zou natuurlijk ook zomaar kunnen. Maar dan nog, er zijn vast mensen in Nederland die er inderdaad zo over denken:

Tegenwoordig weten communicatie-afdelingen van de politie: als je op GeenStijl komt, heb je het óf heel fout, óf juist heel goed gedaan. En dat laatste komt zo af en toe ook wel voor. Zo kwamen de Twitter-activiteiten van Politie Utrecht onlangs in het vizier. Een aantal tweets waren aan inwoners uit Zeist gestuurd met de vraag of zij informatie over de zaak van de in brand gestoken vrouw hadden. Een zaak die ook op de landelijke opsporingssite politieonderzoeken.nl is gezet. Eén van die twitteraars was @trilhomo en dat is natuurlijk tamelijk hilarisch. Dat was dan ook de aanleiding van het bericht op GeenStijl. Behalve hilariteit uitte GS ook lof voor de innovatieve werkwijze van de politie. Een werkwijze die we als het aan mij ligt steeds verder zullen uitbreiden!

Volgende week het vervolg op Politie in beeld. Dan zijn de bij het onderwerp webcare betrokken collega’s bijeen geweest.

Politie in beeld

Met een groepje collega’s uit het land onderzoek ik het onderwerp webcare. Of en hoe dit voor de politie zou kunnen werken. Op het Politiecommunicatiecongres 17 november jl. zei ik daar al iets over.  Om erachter te komen óf er berichten op internet zijn waar ‘we’ als politie iets mee zouden moeten doen (bijvoorbeeld: reageren!) en welk soort berichten dit dan zijn, hebben we afgesproken ieder een paar dagen internet te monitoren.

Ik had al wel een idee van; er wordt veel geschreven over de politie en veel is negatief. En zeer regelmatig verschijnen er filmpjes die niet al te best zijn voor ons imago. Maar wat moet je daar nou mee? Overal op reageren? Ik denk het niet. Om twee redenen.

Niet de moeite waard

Ten eerste blijken veel discussies niet de moeite waard om een zinvolle reactie toe te voegen; bijvoorbeeld als de discussie niet over de inhoud (van het werk, van een probleem) gaat.  Of dat het überhaupt geen discussie is maar een scheldpartij. Het levert dan niets op om te proberen de discussie te beïnvloeden. Er zijn collega’s die een anti-politie-Hyves het liefst van internet zien verdwijnen. Maar waarom? Mensen hebben toch het recht hun mening te verkondigen? En ja, ik begrijp ook dat het niet leuk is om het vak waar je trots op bent zo door de mangel gehaald te zien worden. Dat is het lot van een rechtshandhaver.

Te veel berichten

Ten tweede is het ondoenlijk om overal op te reageren: het monitoren hield in dat ik drie dagen lang op de termen politie-agent-wijkagent-korpschef zocht. Ik zocht voornamelijk Twitter en blogs af (volgens afspraak met search.twitter.com, Twingly en Google Alerts). Het kostte heel, heel veel tijd om dit alles te filteren tot een aantal berichten waarvan ik dacht dat ze interessant genoeg waren om door te geven aan een bepaalde afdeling of om op te reageren. Dat waren dan bijvoorbeeld vragen, klachten of onjuiste informatie. Ik gok dat het ongeveer 5-10% is, waarbij ik dan wel de vele vele nieuwsberichten meetel die ook op Twitter verschijnen. Dat is nog eens wat anders dan alle tweets verzamelen die over bibliotheken/mediatheken worden geschreven!

Webcare nodig?

Over een paar weken komt het groepje collega’s weer bij elkaar om de resultaten van deze monitorproef te bespreken. Wanneer vinden wij nu dat webcare nodig is? En voor wie zou dat een taak moeten zijn? De centralisten die alle 0900-8844-telefoontjes aannemen? De afdeling Communicatie? De landelijke woordvoering? Decentraal bij elk korps? Of een combinatie van dit alles? Ik ben er nog niet uit. Jij?

Foto geleend van Jacob Whittaker.

Politiecommunicatiecongres 17 november 2009 (deel 2 van 2)

Presentatie nieuwe mediaHet verslag achteraf; dinsdag 17 november was het jaarlijkse politiecommunicatiecongres waar ik mede de workshop over nieuwe media verzorgde. Drie keer mochten we ons verhaal doen voor zo’n 50 man/vrouw per keer. De dag vóór het congres stelde ik op dit blog een paar vragen waarop ik hoopte antwoord te krijgen. Deze zal ik hieronder voor zover mogelijk beantwoorden.

  • Zullen ze het gevoel hebben overspoeld te worden door alle web 2.0-voorbeelden die de revue zullen passeren? Verbaasd dat zoveel politievoorbeelden te noemen zijn?

Ja en nee. Natuurlijk hadden we ook collega’s in ons publiek zitten die al veel van nieuwe media en de mogelijke toepassingen wisten. Maar in het algemeen kregen we te horen dat het veel was wat we vertelden. Die inschatting hadden we van te voren al gemaakt en vandaar dat de stembriefjes (groen voor ja, rood voor nee!) tegelijk ook informatieve flyers waren waarop stond waar je terecht kan voor meer informatie.

Ik denk wel dat veel collega’s onder de indruk waren van de praktijkvoorbeelden en na afloop werden we dan ook aangesproken door enthousiastelingen die zelf aan de slag wilden.

  • Zien ze kansen om digitale media als middelen in hun eigen korps in te zetten, bijvoorbeeld om de betrokkenheid van burgers bij het politiewerk te vergroten?

Doordat wij goede praktijkvoorbeelden konden geven van het gebruik van digitale media, werd het voor ons publiek direct zichtbaar wat zij zelf konden doen. Het gaat immers bijna altijd om gratis tools die ter beschikking staan van iedereen. Ook mijn verhaal over webcare, het op internet vertellen wat je doet en waarom, dat dat het vertrouwen van de burger wekt en zo ook de betrokkenheid, kon wel op steun rekenen. Alhoewel niet iedereen het ermee eens was dat webcare een zinvolle tijdsbesteding is. Ik ben van mening dat we dat centraal moeten organiseren, als er dan toch een landelijk politiedienstencentrum (meer ondersteunende taken centraal organiseren) komt!

  • Vinden ze dat de politie vaker en meer interactief moet communiceren (of is dat dubbelop?)?

Hier is niet heel duidelijk een antwoord op te geven; de meningen zijn hierover verdeeld. Wat haal je op je hals qua werk als je gaat interacteren met de burger en gaat er dan niet een enorme beerput open? Maar sommigen zagen de kansen wel in, het doelgroepgericht communiceren met burgers om bijvoorbeeld opsporingsinformatie te verkrijgen.

  • Vinden ze dat dit een taak voor de afdeling Communicatie is of vinden ze dat meer medewerkers hierin een taak zouden moeten hebben?

Officer in Blue, Harlem, 1943Een gevoelig maar goed punt maakte iemand uit het publiek door te zeggen dat interactie leuk en aardig is en dat we met webcare stinkend ons best kunnen doen om transparant te zijn en ons imago te verbeteren. Maar het is ook een feit dat de agent op straat voor een groot deel ons imago bepaalt. Dat is namelijk wat de burger ziet. Daarin zou je dus ook iets moeten ondernemen, om GeenStijl-taferelen te voorkomen. Dit alles betekent dus dat het zeker niet een taak voor alleen de afdeling Communicatie is!

Gezien de vele reacties uit het publiek tijdens onze workshop, kan ik concluderen dat het onderwerp in elk geval leeft en dat er kritisch over nagedacht wordt. Dat lijkt mij een positieve ontwikkeling en ik hoop dat de verschillende korpsen elkaar daar ook steeds beter in weten te vinden. Renate, Ed en Arjan, bedankt voor de samenwerking in deze workshop!

Wil je weten waar we het in de workshop over hebben gehad, bekijk dan de presentatie online!

Lees deel 1 van deze blogpost!

Foto geleend van discoverblackheritage.

Politiecommunicatiecongres 17 november 2009 (deel 1 van 2)

De Fabrique, MaarssenHet jaarlijkse congres voor communicatiemedewerkers van de politie: dat vindt dinsdag 17 november 2009 plaats in De Fabrique in Maarssen. Het onderwerp is ‘bouwen aan het nieuwe werken’ en ik mag de workshop over nieuwe media verzorgen! Mooie eer, die ik zal delen met drie collega’s van andere korpsen: Renate, Ed en Arjan. Ik ben zeer benieuwd hoe de veranderende wereld, geïllustreerd door het Did you know 4.0-filmpje gaat vallen en wat ze vinden van webcare; het als organisatie online actief zijn en communiceren met je doelgroep, vertellen wat je doet en waarom. Dat zijn de onderwerpen waar ik iets over zal vertellen! De anderen zullen ingaan op YouTube, Twitter, Ning, mediawatching, gadgets en meer… Ik denk dat ik morgen antwoord krijg op de volgende vragen:

  • Zullen ze het gevoel hebben overspoeld te worden door alle web 2.0-voorbeelden die de revue zullen passeren? Verbaasd dat zoveel politievoorbeelden te noemen zijn?
  • Zien ze kansen om digitale media als middelen in hun eigen korps in te zetten, bijvoorbeeld om de betrokkenheid van burgers bij het politiewerk te vergroten?
  • Vinden ze dat de politie vaker en meer interactief moet communiceren (of is dat dubbelop?)?
  • Vinden ze dat dit een taak voor de afdeling Communicatie is of vinden ze dat meer medewerkers hierin een taak zouden moeten hebben?

We hebben ons verhaal in een presentatie op prezi.com gegoten; daar heb ik nu voor het eerst mee gewerkt en alhoewel het even wennen was, vind ik het nu een heel mooi en handig systeem! Is weer eens wat anders dan het ietwat afgezaagde Powerpoint.

Lees deel 2! :-)

Foto geleend van De Fabrique