Web 2.0, nieuwe toepassingen, internet, marketing, games

Day Zero Project – nog:

Loading...

Pagina’s

Recente reacties

Recente posts

Populaire posts

Rubrieken

Archives

  • 2010 (29)
  • 2009 (33)
  • 2008 (43)

Links:

Meta

Creative Commons License

Web 2.0

8 manieren om misdaad te bestrijden met sociale media

Twee jongens verkleed voor Halloween als superheldenDe misdaad bestrijden via sociale media gebeurt veelal op een indirecte manier, door burgers te betrekken bij het politiewerk bijvoorbeeld. Daar pak je niet gelijk de harde criminaliteit mee aan. Maar het is ook goed mogelijk om daadwerkelijk boeven te vangen met behulp van sociale media. Ik kan veel voorbeelden geven van hoe politiekorpsen in binnen- en buitenland sociale media inzetten om de misdaad te bestrijden. Maar laat ik het nou eens categoriseren tot 8 manieren om misdaad te bestrijden. In volgorde van mate van impact op je korps, van weinig naar veel.

1. Volg wat er over je gezegd wordt

Zoeken op internet (op Twitter, blogs, fora) op een aantal termen zoals ‘politie’, ‘agent’, ‘wijkagent’ en nog wat termen levert veel informatie op over hoe je doelgroep, de inwoners uit je regiokorps, over je denken. Je kunt bepalen welk beeld de inwoners hebben, waar ze mee zitten, wie de beïnvloeders zijn en je krijgt vanzelf ideeën over wat je kunt doen om dat beeld bij te stellen. Deze manier van de misdaad bestrijden is wel heel indirect; in eerste instantie merkt niemand er iets van dat je dit doet. Totdat je bij het onderstaande derde punt bent en ook daadwerkelijk iets gaat doen met de opgedane kennis.

Doel: kennis vergaren over je online imago, online reputatie, over waar mensen mee zitten
Middelen: Google (Blogs), Google Alerts, Tweetdeck, search.twitter.com en om te verzamelen: iGoogle, Netvibes, Yahoo Pipes
Voorbeelden: mediawatching Brabant Zuid-Oost, mediawatching Utrecht

2. Gebruik sociale media als extra communicatiemiddel

Had je vroeger radio, tv en krant ter beschikking om iets te melden, nu is een breed scala aan mediakanalen beschikbaar. Iedereen kiest zijn eigen pakket aan media om te volgen; Hyves voor je vrienden, nieuwssites voor het nieuws en YouTube voor videootjes. Mensen zoeken steeds meer hun eigen plek op in deze chaos. Ze maken alleen tijd voor communicatie die inspeelt op wat zij belangrijk vinden.

Internet is ideaal om je boodschap heel precies uit te zetten bij de doelgroep die je voor ogen hebt, als extra communicatiekanaal dus. Ben je op zoek naar mogelijke getuigen die tussen half acht en half negen ‘s ochtends langs een bepaald punt fietsten en iets gezien kunnen hebben, dan zou je bijvoorbeeld Hyves kunnen inzetten. Je stuurt dan een Hyves-bericht naar iedereen met een profiel in een straal van zoveel kilometer om die plek heen (fietsafstand). Of je houdt een campagne om mensen bewust te maken van de signalen van autokraken en adverteert ermee op de Hyves-profielen in jouw regio. Zoek uit waar jouw doelgroep van dat moment zich online begeeft en maak een plan om ze te bereiken. Uiteraard moet de boodschap wel zijn afgestemd op het middel en de doelgroep, maar dat spreekt vanzelf voor communicatiespecialisten. :-)

Doel: doelgroepgerichte communicatie
Middelen: sociale netwerksites: Hyves, Facebook, Netlog, Twitter, etc.
Voorbeelden: IJsselland met de zaak familie Vis, Utrecht met herkendesignalen.nl, Kennemerland met moord op Gerard Zonneveld

3. Vertel wat je doet en waarom

Een organisatie die transparant is over het reilen en zeilen is geen unicum meer in de huidige tijd. Sterker nog, online wordt het min of meer verwacht; vertel wat je doet en waarom en mensen krijgen meer begrip voor je. Ze gaan zich betrokken voelen bij wat je doet, als ze geloven in het doel ervan. En, heel belangrijk, vertel niet alleen, maar luister ook naar reacties. En reageer daar weer op. Ga de interactie aan met je doelgroep. En ja, als je dat nooit eerder gedaan hebt, is dat even wennen. Hierbij zoek je bij voorkeur het publiek op waar het al is, in plaats van een eigen plek op internet te creëren waar je mensen naar toe moet zien te krijgen.

Doel: meer vertrouwen en betrokkenheid van de doelgroep, online reputatiemanagement
Middelen: blog, microblog
Voorbeelden: wijkagenten, meldkamer Friesland, persvoorlichters Groningen, politiechefs Brabant Zuid-Oost

4. Beantwoord vragen en klachten van de doelgroep

Een stapje verder gaat het daadwerkelijk actief werken aan online reputatiemanagement, ook wel webcare genoemd. Hiermee bedoel ik niet je straatje schoonvegen en je imago oppoetsen naar iets dat het niet is. De politie is er om mensen zich veilig te laten voelen. Dit kun je doen door onzekerheden weg te nemen en te laten zien dat men op je kan vertrouwen en dat het goed komt. Door het gesprek met mensen aan te gaan en in te gaan op wat er leeft. Begrip voor wat je doet, is stap één in het kweken van vertrouwen.

Om deze manier van misdaad bestrijden goed te kunnen doen, moet je intern wel het één en ander georganiseerd hebben; wie neemt deze taak op zich? Wat zijn de afspraken? Waar wel/niet op reageren? Ook tips van getuigen kunnen door mensen via sociale media gedeeld worden, dus daar kun je als politie ook iets mee. Door te laten zien dat je als organisatie mensen serieus neemt, zullen zij ook eerder bereid zijn een volgende keer te helpen. Dé valkuil hierin is het scheppen van verwachtingen. Eenmaal begonnen met online reputatiemanagement kun je het eigenlijk niet maken ermee te stoppen. Mensen zullen je weten te vinden en verwachten dat ze geholpen worden; en snel ook! Lastig voor de politie is dat veel commentaar over ‘de politie’ gaat; het zou dus goed zijn deze manier van de misdaad bestrijden landelijk te organiseren.

Doel: online reputatiemanagement
Middelen: het hele internet, maar vooral aanwezig op Twitter
Voorbeelden: geen politievoorbeelden vooralsnog; wel UPC, ING, Vodafone, 9292OV en vele anderen!

5. Vraag je doelgroep mee te doen

Weer een stapje verder ga je als je een daadwerkelijke inspanning vraagt van je publiek. Het aloude geven en nemen geldt bij sociale media net zo goed. Als je het publiek bijvoorbeeld vraagt nú uit te kijken naar een vermist kind, moet je toch minstens terugrapporteren als de actie voorbij is en het kind al dan niet gevonden is. En vragen beantwoorden die naar aanleiding van de actie opkomen. Getuigenoproepen zijn al zo oud als de weg naar Rome, via kranten, televisie en posters op politiebureaus. Doe je de getuigenoproepen via sociale media dan zijn de spelregels toch net even anders. De politie in Groningen gaf via YouTube bewakingsbeelden vrij waarop de mogelijke verdachte is te zien van de branden in Veendam. De vraag: wie kent deze persoon? Het Openbaar Ministerie (OM) heeft toestemming gegeven voor het plaatsen van deze beelden; kennelijk voldoen de feiten aan de eisen om een dergelijk zwaar opsporingsmiddel in te zetten. De politie kan de beelden netjes van YouTube halen als de verdachte herkend is, maar het is voor een ieder mogelijk de beelden te kopiëren en te bewaren voor later… dat is iets voor politie en OM om rekening mee te houden bij het vragen om herkenningen via sociale media. De politie hoeft er in elk geval geen verantwoording voor af te leggen.

Doel: burgers betrekken en zodoende tips binnenkrijgen
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: ‘Tweet-alerts’ Brabant Zuid-Oost (bijv. Eindhoven en Heeze), Stopdecriminaliteit.nl, depolitiezoekt.nl, depolitiezoekt.hyves.nl

6. Vraag je doelgroep mee te denken

Om je heen kijken of je iets ziet of op een plaatje kijken of je die persoon herkent is nog relatief passief. Het kost weinig moeite en je zult dus veel mensen bereid zien hieraan mee te werken. Anders wordt het wanneer je je publiek daadwerkelijk vraagt mee te denken. Het passieve verandert in actief en de grap is dat een evengrote inspanning terug verwacht wordt. Stel dat je als burger enorm veel verstand hebt van een bepaald type auto, door jarenlange ervaring en liefhebberij. De politie vraagt naar aanleiding van een opsporingszaak publiekelijk om informatie over die auto. Als je die informatie deelt, zou je het ook wel op prijs stellen daar enige waardering voor terug te krijgen. Het kan ook zijn dat je je vanaf dat moment betrokken bij het betreffende onderzoek en dat je hoopt dat door jouw informatie de zaak misschien wel opgelost kan worden. Wil je als politie dat dergelijke betrokken burgers ook zo betrokken blijven, dan moet je ze blijven betrekken bij je onderzoek, door nieuwe informatie te delen over de voortgang van het onderzoek)en nieuwe publieksvragen te stellen. Dé site waarop dit alles mogelijk is, is Politieonderzoeken.nl, die overigens aan een flinke verbouwing toe is. Bij de lancering werd een hoofdwond uit een oude zaak gepresenteerd met de vraag aan het publiek welk wapen die wond veroorzaakt heeft. Crowdsourcing ten top! Maar na die vraag was het stil, want in oude zaken zit niet zoveel leven meer, letterlijk en figuurlijk. Een actuele zaak zou nog beter zijn, omdat je dan regelmatig iets nieuws kan melden; de zaak is immers in beweging. Daarbij kun je ook betrekken wat over het onderwerp geschreven wordt en daarmee laten zien dat je niet met oogkleppen oploopt.

Doel: tips binnenkrijgen maar ook burgers als informatiebron: crowdsourcing
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: Politieonderzoeken.nl

7. Zoek de boeven op

Hier smullen veel rechercheurs van; boeven opsporen op internet. Er zijn inderdaad veel boeven, grote maar vooral kleine, die informatie achterlaten via sociale media die zo weer opgepikt kan worden door de politie. Als ze weten waar ze moeten zoeken natuurlijk. Daar wordt de politie steeds beter in, bijvoorbeeld door bijscholing op dit gebied. Je hebt bijvoorbeeld de cursus 23 PolitieDingen en 23 OpsporingsDingen om een basiskennis te geven van de digitale wereld. Maar ook cursussen digitaal opsporen/internetrechercheren gaan als warme broodjes. En maar goed ook, want er is een hoop te vinden in deze wereld waar we ons voordeel mee kunnen doen. De noodzaak internet tot serieus werkterrein te zien, is aanwezig, dus stap 1 van de cultuurverandering is gezet. Een belangrijk issue waar aandacht aan besteed wordt in deze cursussen is slim zoeken. Je laat altijd sporen achter als je aan het surfen bent, dus wees je daarvan bewust en neem maatregelen. Het proces van borging in de organisatie komt langzaamaan van de grond in de meeste korpsen.

Doel: als politie zelf handig zijn op internet en sociale media en daardoor meer/beter boeven vangen
Middelen
: het hele internet, maar vooral profielensites en andere online communities
Voorbeelden: *gecensureerd*

8. ‘Naming and shaming’

Het voorkomen van criminaliteit is voor de politie heel efficiënt; als iets níet gebeurt, hoef je ook geen boef te vangen en is er ook geen slachtoffer. Voor het voorkómen van criminaliteit zou meer aandacht moeten zijn in politieland. In dit verband kun je ook denken aan het stoppen van iemand die al crimineel bezig is; zand in de molen strooien. Stel, een man ronselt via Hyves meisjes die hij voor hem in de seksindustrie laat werken. Je weet wie het is, maar je kunt niets beginnen omdat je geen belastende verklaringen van de meisjes kunt krijgen; ze zijn bang. Lastige situatie, want de boef pakken gaat dus niet. Om te zorgen dat de beste man niet nog meer slachtoffers maakt, kun je ervoor kiezen hem publiekelijk aan de digitale schandpaal te nagelen, bijv. via datzelfde Hyves, door meisjes voor hem te waarschuwen. Een tactiek die ook wel ‘naming and shaming‘ wordt genoemd. Het mag duidelijk zijn dat deze manier van het inzetten van sociale media voor de politie vrij extreem is, gezien het recht op privacy, en het is op de beschreven manier dan ook tot nu toe in Nederland nog niet toegepast. Maar voor sommige sites als GeenStijl is deze werkwijze de gewoonste zaak van de wereld; de politie zoekt een vieze man en de GeenStijl-ers zullen dat zaakje weleens oplossen! De politie in Engeland en Amerika is minder terughoudend dan de Nederlandse politie en past men deze werkwijze wel regelmatig toe, bijvoorbeeld bij pedofielen. In die landen geldt dus: eens een crimineel, altijd een crimineel. Alhoewel daar ook veel discussie over is, bijvoorbeeld over beschonken bestuurders en hun recht op privacy.

Doel: tegenhouden of stoppen van criminele activiteiten door individuele daders
Middelen: het hele internet, als er maar een ontvangend publiek is
Voorbeelden: geen uit Nederland, wel voorbeelden in het buitenland, zoals in Exeter, Londen en Los Angeles

Eerst doel, dan middel

Al met al is er veel dat de politie kan doen met sociale media om het werk te helpen en de misdaad te bestrijden, al is het in de meeste van bovenstaande manieren indirect. Het belangrijkste is dat je eerst moet bedenken welk doel je wil bereiken bij welke doelgroep en vervolgens bedenkt welke middelenmix erbij past. Misschien is dat Twitter of Facebook, misschien is dat een ordinair 1.0-buurtonderzoek.

Welke mogelijkheden om de misdaad bestrijden met sociale media ben ik vergeten? Of vind je dat één van de bovengenoemde juist geen goed idee is voor de politie? Geef hieronder dan je reactie.

Deze blogpost is geïnspireerd op een artikel op Mashable over wetshandhavers en sociale media.
Foto geleend van Kreg.Steppe

Filmpje: waarom sociale media verbieden?

Soms is het goed om een tegengeluid te horen. Als je alleen maar positieve verhalen hoort en leest over de inzet van sociale media in je organisatie… zó eenzijdig! Er móeten toch ook wel nadelen zijn? De man in het onderstaande filmpje heeft ze ontdekt: de tien redenen om sociale media in je organisatie te verbieden. Werkgevers, opgelet!

Via het blog van Krispijn op Ambtenaar 2.0.

De dood en je online leven (2)

In dit tweede deel over de dood en je online leven zal ik ingaan op mijn persoonlijke gedachten hierover. Eén van de aanleidingen voor dit onderwerp vind je in deel 1. Ondanks de relatieve onbesprokenheid van dit onderwerp, blijken praktische oplossingen voor je nabestaanden al voorhanden; de één zijn dood is de ander zijn brood zullen we maar zeggen.

Digitaal monument

Het internet is nog niet zo oud dat we met dit fenomeen al zoveel ervaring hebben opgedaan. Laat ik mezelf eens als voorbeeld nemen. Stel, ik ga dood. Mijn nabestaanden gaan eens kijken wat ik online allemaal uitspook, voor zover ze dat nog niet weten. Wat komen ze tegen? Een weblog, een Twitter-account, diverse profielen bij bijv. Hyves, LinkedIn, Slideshare, Ambtenaar 2.0, Politie 2.0 en ga zo maar even door. Ik ben er niet meer dus het klinkt vrij logisch dat ik er dan ook online niet meer ben. Maar wat als je dit weblog nou zou beschouwen als een boek; een boek gooi je toch ook niet zomaar weg? Waarom een weblog dan wel? En een Hyves-profiel, is dat niet zoiets als een vriendenboekje? Ik heb gezien dat mensen er troost uit putten om het profiel van die overleden vriend nog eens te bekijken en er een krabbel op achter te laten; om te uiten dat hij gemist wordt. Is dit anders dan een ouderwetse brief aan een overleden naaste schrijven? Het enige verschil in deze voorbeelden is de openbaarheid van de online activiteiten. Is die openbaarheid erg? Ik denk het niet. Als het maar ergens op deze ‘openbare activiteiten’ duidelijk is dat de eigenaar er niet meer is en dat het in stand houden ervan gezien kan worden als eerbetoon of digitaal monument.

Virtuele bezittingen

Op mijn 101 doelenlijst van het Day Zero Project staat niet voor niets het doel #93 Schrijf op wat je wil dat er na de dood met je (virtuele) bezittingen gebeurt. Ook mijn virtuele bezittingen dus, met als meest waardevolle mijn weblog, moet een bestemming hebben. Voor mij zou mijn blog niet tot in de eeuwigheid online hoeven te blijven staan; op een gegeven moment is het ‘weg is weg’ wat mij betreft. Tenzij nabestaanden daar anders over denken of iemand anders het stokje wil overnemen. Het voelt gek en tegennatuurlijk om over dit soort zaken na te denken. Maar je bespaart je nabestaanden een hoop als je nu alles al goed hebt uitgedacht.

Laatste tweet

Naar aanleiding van het eerste deel van dit artikel kreeg ik op Twitter de vraag wat mijn laatste tweet zou zijn. Tja, dat hangt er natuurlijk vanaf of je wéét dat het je laatste tweet is. In het geval van Mike was dat duidelijk, maar als ik morgen dood ben had ik dat toch niet echt verwacht. Als dat gebeurt, dan moet iemand maar op mijn account inloggen en een overlijdensbericht in 140 tekens tikken. Je moet je boodschap nou eenmaal aanpassen aan het medium. Ik neem de vraag mee bij het uitwerken van doel #93.

Na de dood

En dan ben je dood. Je hebt aan je nabestaanden duidelijk gemaakt wat er met je virtuele bezittingen moet gebeuren. Die (mail)accounts sluiten, weblog tijdelijk behouden, overlijdensberichten op die en die sites. Hoe krijgen zij dat voor elkaar? Daar hoefde je tot niet zo lang geleden helemaal niet over na te denken. Jacqui Cheng vertelt op het blog Ars Technica over het onderzoekje dat ze deed over het kunnen opheffen van accounts van overledenen. De conclusie: Twitter, MySpace en Google hebben het matig tot redelijk geregeld maar niets kan tippen aan Facebook! Het biedt zelfs een speciale service: een herdenkingspagina, geen updates en het account op privé.

Diensten voor nabestaanden

Zouden er al ondernemers zijn die brood verdienen aan overledenen met een online leven? Jazeker! Een en ander valt te lezen in een artikel over je digitale bestaan van De Pers. Legacy Locker is een bedrijf waar je wachtwoorden voor belangrijke online accounts kunt opslaan en na overlijden laten doorgeven aan een toegewezen persoon. Handig! Entrustet is een bedrijf dat je digitale erfenis zegt te managen. Je geeft er zelf aan wat je wil dat er met je online profielen moet gebeuren en zij voeren het uit na je overlijden. Klinkt nog beter! Weer andere bedrijven helpen met het verspreiden van je overlijdensbericht. Je virtuele vriendenkring wil tenslotte ook op de hoogte gebracht worden. Nog drie voorbeelden: Deathswitch (zet je overlijdensmail vast klaar!), Slightly Morbid (vrienden/familie maken die mail) en 1000Memories (gelezen op Techcrunch, voor het samenstellen van een digitaal eerbetoon door nabestaanden) .

To do: digitaal testament

Over een paar jaar zijn digitale testamenten vast net zo normaal als testamenten van je fysieke bezittingen. Ik heb in elk geval al aardig wat denkwerk verricht voor het kunnen samenstellen van míjn digitale testament: mijn blog verdwijnt tenzij, mijn accounts worden opgeheven. Zou jij dat anders doen? Heb je er überhaupt weleens over nagedacht wat er met je online leven zou moeten gebeuren?

Lees ook deel 1 van dit artikel.

Foto geleend van pareeerica.

Update 17-07-2010: ik vond een filmpje van Newsydotcom waarin het onderwerp in vogelvlucht belicht wordt; ter illustratie bij mijn post:

De dood en je online leven (1)

Tijd voor een ietwat luguber onderwerp, alhoewel eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. We krijgen er allemaal in onze omgeving meer dan eens mee te maken en ook zelf weten we het zeker: we gaan een keer dood. Voor sommigen geldt dat hen dit te vroeg gebeurt, wat bijzondere effecten heeft op de sociale media waarop deze persoon zich bevond. Dit onderwerp intrigeert me dan ook; de dood en je online leven. Jij bent dood maar je online profielen leven nog; totdat iemand ze uit de lucht haalt natuurlijk.

Mike en zijn ontmaagding

Een interessante maar vreemde gewaarwording was de mededeling van diverse twitteraars vandaag dat @ontmaagding was overleden. Zijn naam: Mike, werkzaam bij de politie in Amsterdam. Schreef een blog vanaf het moment dat bij hem maagkanker werd geconstateerd, tot vandaag. Na negen maanden chemotherapie en een operatie bleek hij toch uitzaaiingen te hebben, waardoor hij niet lang meer te leven had. Kennelijk is hij nu op een zelf gekozen dag en tijd komen te overlijden. De begrafenis is aanstaande donderdag. Ik ben benieuwd of zijn wens uitkomt en korpschef Bernard Welten erbij zal zijn.

Blog na de dood

Zijn blog, die hij vrijwel dagelijks bijhield, zelfs op de zwaarste dagen,  zal nog een jaar in de lucht blijven. Voor velen een troost, kan ik me zo voorstellen. Heel wonderlijk om terug te lezen wat hij bijna een jaar geleden allemaal schreef en te bedenken dat hij toen nog niet wist wat hem allemaal te wachten stond. Honderden lezers per dag had hij, wat hem kennelijk motivatie gaf door te gaan met bloggen.

In deel 2 van dit artikel meer over mijn persoonlijke overdenkingen over de dood en je online leven.

Foto geleend van pareeerica.

Filmpje: South Park op Facebook

Net een geweldige aflevering gezien van South Park, helemaal bij de tijd; het ging namelijk over Facebook. Alle aspecten ervan komen aan de orde, zoals ‘vrienden’ maken, proberen je profiel te verwijderen, Farmville en nog veel meer. Weer een stukje zelfreflectie voor mijzelf en voor de eigenaar van Facebook, gezien de vele kritische ondertonen. Ik kon de hele aflevering niet vinden op YouTube (copyright), maar wel deze korte scènes uit de bewuste aflevering.

Voor de hele aflevering moet je naar de site van South Park.

Sociale media en beren op de weg

Nieuw is anders. Anders kan eng zijn. Het roept allerlei beelden op bij sommige mensen. Beelden van beren die op de weg staan. Of ze er nou echt zijn of niet. Ze worden gezien door die mensen en daardoor durven ze niet verder te lopen. Ze durven geen nieuwe dingen te doen. Een mooie uitdaging voor mensen die het gebruik van sociale media willen stimuleren!

Doelgroepen ontdekken

Het gebruik van sociale media is voor veel bedrijven nieuw. Ze zijn nog in de ontdek- en experimenteerfase; welke kanalen hebben welke effecten op welke doelgroepen? Nieuwigheden worden altijd als eerste door de jeugd ontdekt. Of toch niet? Zo blijkt Twitter nog helemaal niet zo erg bewoond te worden door jongeren als je misschien zou denken. Maar het is dus uitproberen om erachter te komen wat je precies kunt bereiken door sociale toepassingen op internet in te zetten. Je kunt dus van te voren niet goed zeggen wat er gaat gebeuren. En dat geeft onzekerheid.

Anderen betrekken

Anderen vinden het juist spannend en staan te springen om het uit te proberen. Noem het een experiment, en je kunt al gauw akkoord krijgen van het management. Ze hoeven er zelf namelijk niets voor te doen en zien later wel of borging aan de orde is. Een experiment van enkelen is gedoemd te mislukken als je vervolgens geen breed draagvlak creëert onder alle betrokkenen. Je kunt ze nooit genoeg betrekken, blijkt in de praktijk. En daarbij is het niet van belang hoe geweldig het idee is of hoeveel behoefte je doelgroep eraan heeft; bezwaren zijn er toch. Betrokkenen moeten hun bezwaren kunnen uiten, de beren op de weg kunnen benoemen. Dan is het vervolgens de kunst om die beren zoveel mogelijk te laten verdwijnen. Bijvoorbeeld door het aandragen van goede argumenten en oplossingen voor mogelijke problemen, al blijft de emotionele kant lastig. Op een gegeven moment is de weg open voor vooruitgang, voor nieuwe dingen. Dan kun je ook hen meenemen in die verandering. Uiteindelijk een kwestie van een lange adem; steun van het management hierin is ook van belang. En in het geval van sociale media gaat het hier ook wel om een cultuuromslag, want het gaat toch om een wezenlijk andere manier van werken. Opeens een dialoog aangaan met mensen in plaats van alleen je boodschap zenden. Dat is een hele omschakeling!

Nieuwe rol communicatie

Internet is bij uitstek een communicatiemiddel. De afdeling die daarover gaat, wordt dus vaak bij internetexperimenten betrokken. Afdelingen communicatie waren tot voor kort altijd sturend in alle externe en een groot deel van de interne communicatie in een organisatie. Met de nieuwe democratie/anarchie op internet maakt iedereen zelf de dienst uit. Vrijheid, blijheid! Communicatie verliest de regie op haar vak. Het enige wat rest is faciliteren, stimuleren en ondersteunen/adviseren. Dat is alsnog een mooie rol, al is de wat minder leuke kant daaraan misschien het opruimen van de rommel die de niet-communicatieprofessionals maken op internet. Ik kan me voorstellen dat dat niet is waar je op ingetekend had. Maar ja, de wereld verandert en je helpt jezelf door met die wereld mee te veranderen en je nieuwe rol goed in te vullen.

De veranderaar

Als ontdekker van nut en noodzaak van sociale media ben je dus vooral een veranderaar die het eeuwenoude spel van veranderen moet spelen om dingen gedaan te krijgen. Spontaan moest ik weer denken aan dat plaatje dat ik twee jaar geleden erg sprekend vond en nu weer erg van toepassing; de ondertitel is ‘50 reasons not to change‘. Sommige dingen veranderen niet… ;-)

Inspiratie voor deze blogpost heb ik mede te danken aan de input van leden van het Doeners 2.0-netwerk: professionals die binnen de overheid nieuwe dingen doen en allemaal met beren te maken hebben.

Foto’s geleend van Genista, Intersection Consulting en Syvanen.

Ik wil gewoon een cd bestellen!

Hier kan ik dus echt heel erg gefrustreerd door raken. Krijg je van je baas met de Kerst een Nationale Entertainment Card (ja, je schrijft het los), wordt het je vervolgens bijzonder lastig gemaakt om er iets mee te kopen. Ik ben nu de wanhoop nabij en overweeg met de kaart naar de winkel te gaan om lekker ouderwets een paar cd’s te bestellen bij de meneer (toch meestal wel een meneer) achter de balie.

Ceedeetjes bestellen

Wat er gebeurd is? Ik dacht, ik ga nu eindelijk de Nationale Entertainment Card (NEC) besteden die al een tijdje stof ligt te happen. Cd’s en dvd’s zijn zo ongeveer de enige bestedingskeuze met deze kaart. Dus ik naar bol.com, waar ik meestal mijn boeken en cd’s bestel. Daar blijkt de kaart niet te werken. Jammer, jammer. Waar dan wel? Even nakijken op de site van de kaart en Free Record Shop (FRS) blijkt één van de ‘gelukkige’ deelnemers. Dus naar de site van FRS dan maar. Deze winkel blijkt gemiddeld wel een stuk duurder dan bol.com, maar ja, maakt het uit, ik krijg toch een deel van de kosten via de kaart! Cd-tje uitgezocht van Caro Emerald (ah, fijne stem! En mooie internetaanbieding!) en nog eentje van Sensuàl (lekker chillen). De site werkte niet helemaal lekker, het zoeken ging vrij traag, vaak misten tracklists en reviews zijn al helemaal schaars. Beetje jammer; als ze nu gewoon eens iets beter bij bol.com afkijken…

Toevallig had ik gisteren ook nog eens een virtuele coupon van FRS ontvangen ter waarde van vijf euro. Kassa! Heb de twee cd’s in mijn virtuele winkelmandje gestopt en ging vol goede moed verder naar ‘afrekenen’. Helaas. Dat blijkt toch een stuk ingewikkelder dan in de winkel.

Combinatie coupon + kaart

Ik voer de coupon-code in en wil vervolgens betalen via de kaart, natuurlijk. Ik moet daar een naam (?) invullen, kaartnummer en krascode. Het saldo blijkt niet goed te zijn. Huh, wat raar? Zou die kaart eerst nog geactiveerd moeten worden? Ik ging maar weer naar de site van de NEC (vergeet het streepje in het adres niet!) en kon daar mijn saldo bekijken. Ja hoor, gewoon € 17,50, niets aan de hand. Weer terug naar FRS. Nog een keer proberen, misschien had ik de code niet goed ingetikt.

*lampjegaatbranden*

Oh! Die twee cd’s bij elkaar zijn meer dan het saldo van mijn kaart! Zou ik misschien daarom niet met die kaart kunnen betalen? Ik heb een idee! Als ik nou eerst een deel via iDeal betaal en dan vervolgens de rest met de kaart afreken. Goed idee, toch? Helaas, het internetbankieren van mijn bank ligt er op dat moment uit. Pff, gedoe. En denk ook eigenlijk niet dat het mogelijk is via internetbankieren een deel van het bedrag te betalen. Ik ga maar weer terug naar de FRS-site. Of althans, dat probeer ik.

Blijkt dat ik op een externe site ben, van Adyen, waardoor het líjkt alsof ik bij de FRS zit, maar dat eigenlijk niet zo is. De aanwezige knopjes doen het helemaal niet. Gedoe, gedoe. Met geen mogelijkheid kom je weer terug bij de vorige betalingsstap. Pff!

Coupon geblokkeerd

Dan maar weer even opnieuw naar de site van FRS, door handmatig intikken. Ga weer naar mijn winkelmandje en probeer opnieuw af te rekenen. En wat denk je? Nu doet de coupon-code het niet! Omdat ik deze al gebruikt heb, staat er!


Helemaal niet! Leugenaars! Ik geef het op en ga ergens volgende week wel even bij de meneer van de balie van de FRS mijn onvrede uiten. Misschien krijgt hij medelijden en laat me alsnog profiteren van én de korting én deels betalen met de NEC. Dat is de enige manier waarop ze het nog goed kunnen maken.

Geleerde lessen:

  • Heb je een NEC, koop dan iets dat onder het te besteden bedrag zit (of eraan gelijk is). Je mag gewoon niet méér uitgeven dan het saldo.
  • Zit je eenmaal in een betalingssessie, dan kom je er niet meer uit, dus bezint eer ge begint!
  • Zit je eenmaal in een betalingssessie en gebruik je een kortingscoupon, haak dan nooit en te nimmer af want dan kun je de coupon niet meer gebruiken.
  • Het online betalen is helaas nog erg onderontwikkeld.

Belangrijkste les:

Geef nóóit iemand een Nationale Entertainment Card cadeau, daar wordt namelijk niemand vrolijk van.

Update 18-4-10: in de winkel konden ze niets met mijn verhaal en adviseerden me de klantenservice te bellen. Resultaat: een nieuwe coupon, excuses dat het allemaal nog niet zo lekker werkt en de oplossing: de cd van Caro Emerald koop ik online, met coupon en internetkorting. Als ik die ga afhalen, koop/bestel ik die andere cd en betaal deze met de Nationale Entertainment Card. Online betalen met de kaart ging namelijk nog steeds niet, ondanks dat ik nu onder de limiet zat!

Foto geleend van Sybren A. Stüvel

WordPress MU installeren in 10 stappen

Voor het eerst eens een wat technischer blogpost. Behalve dan die keer dat ik over pingbacks, refbacks en trackbacks schreef. Techniek is niet echt mijn ding. Na lang, lang proberen kan ik het wel een beetje, maar als ik niet opschrijf hoe ik het doe, begint het hele uitzoeken de volgende keer weer opnieuw. En dat was het geval toen ik voor de tweede keer in mijn leven WordPress MU ging installeren.

WordPress MU

WordPress watte? WordPress MU!
WordPress MU is een contentmanagementsysteem waarmee je eenvoudig meerdere websites kunt opzetten vanuit één centrale installatie. De multi-user-variant dus. Voor als je verwacht binnenkort een aantal dochtersites nodig te hebben. Ik installeerde MU vorig jaar voor de site 23 PolitieDingen, inmiddels is de derde dochtersite erop aangemaakt en meer zullen dit jaar volgen. Eigenwijs als ik ben, wil ik dan toch alles zelf proberen te doen; leer ik ook nog eens iets. Met al die informatie beschikbaar op internet zou het toch moeten lukken? Met veel pijn en moeite lukt het uiteindelijk.

Stappenplan

Onlangs had ik het idee opgevat om weer een dergelijke site aan te maken met WordPress MU erop. Het gaat om een nieuwe variant van de 23 Dingen-cursus. Dit is een cursus waarin cursisten spelenderwijs de digitale wereld (sommigen noemen het web 2.0) ontdekken. De nieuwe variant is 23 OpsporingsDingen, speciaal voor de doelgroep rechercheurs van de politie. En omdat deze eenzelfde soort uitwerking in de toekomst kan krijgen als 23PolitieDingen nu heeft, moest ik maar weer aan WordPress MU vond ik. En zoals gedacht, het was weer een hoop geklooi! Uiteindelijk wél gelukt en zonder al te veel hulp van echte techneuten. Om niet alleen mezelf voor de volgende keer maar ook anderen te helpen volgt hier een hopelijk begrijpelijk stappenplan, zonder al teveel technische rompslomp. Daar komt ‘ie.

  1. Hostingpakket en domeinnaam
    Vraag bij je favoriete hostingbedrijf een hostingpakket met domeinnaam aan. Heb je geen favoriet, vergelijk dan verschillende aanbieders, bijvoorbeeld op internetten.nl. Het zijn er een hele hoop! In elk geval is het belangrijk dat het hostingbedrijf met de scripttaal PHP 5 en database MySQL 4 kan werken; dat heb je nodig voor WordPress MU. Heb je een geschikt bedrijf gevonden, zoek dan eerst nog even op Google of je recensies kan vinden over de dienstverlening.
  2. Downloaden en uitpakken
    Download WordPress MU (WPMU) naar je eigen harde schijf en pak het programma uit.
  3. Instructies en inloggegevens
    Bekijk de eventuele instructies die je van het hostingbedrijf krijgt goed volg ze op. Hier staan ook de inloggegevens voor zowel het FTP-en (overzetten van bestanden naar de server) als het controlepaneel in.
  4. Instellen controlepaneel
    Het controlepaneel is de achterkant van je hosting waar je wachtwoorden kunt veranderen, maar ook databases kunt aanmaken. Maak een database aan en maak daar ook een gebruiker bij aan. Dit is nodig omdat WPMU ergens aan gekoppeld moet zijn.
  5. Wildcard aanmaken
    WPMU moet subdomeinen kunnen aanmaken als je dochtersites wilt opzetten. Zoek daarvoor de instellingen van je domeinnaam op in het controlepaneel van je hosting en maak onderaan een nieuw A-record aan met een asterisk (*) als waarde. Dit is een zogenaamde wildcard. Je hostingbedrijf kan dit waarschijnlijk ook voor je doen.
  6. Maak verbinding met server
    Open je FTP-programma, bijvoorbeeld FileZilla en vul de gegevens van het hostingbedrijf in om contact te krijgen met de server.
  7. Kopieer WordPress MU
    Als dit lukt, kopieer dan de WPMU-mapjes van de harde schijf naar de plek waar je hostingbedrijf zegt dat het moet staan. In mijn geval was dat de map ‘httpdocs’ die rechtstreeks onder de hoofdmap ’23opsporingsdingen.nl’ staat. Je kunt hierbij uit twee varianten kiezen:

    • Wil je straks dochtersites als dochtersite.23opsporingsdingen.nl aanmaken, plaats dan de mappen die zich bevinden in de WPMU-map rechtstreeks in de siteroot (in mijn geval dus ‘httpdocs’) op de server.
    • Wil je straks juist dochtersites als 23opsporingsdingen.nl/dochtersite, kopieer dan de hele map naar de server.
  8. Gegevens koppelen en admin aanmaken
    Zoek je site op internet op. Als tot nu toe alles goed is gegaan, zie je een WPMU-scherm waarin je de gegevens van je zojuist aangemaakte database moet invullen. Dit vult WPMU dan automatisch in in het configuratiebestand; makkelijk! Je maakt hierbij ook een admin-gebruiker aan.
  9. Inloggen en nieuwe gebruiker aanmaken
    De site is nu gekoppeld aan WPMU en je kunt inloggen met jesitenaam.nl/wp-admin. Let daarbij op: gooi nooit zomaar de automatisch aangemaakte admin-gebruiker weg, dan ben je namelijk je hele sitebeheer kwijt. Maak in plaats daarvan een nieuwe gebruiker aan die je adminrechten geeft. Log vervolgens in met die nieuwe gebruiker, en haal de adminrechten van gebruiker ‘admin’ af. Maar verwijder dus wederom niet de hele admin-gebruiker! Het maakt je WPMU-installatie veiliger door voortaan met deze nieuwe gebruiker te werken.
  10. Taal wijzigen
    Het wordt natuurlijk allemaal een stuk prettiger als je alles gewoon in je eigen moerstaal kan lezen. Download hiervoor van de ontwikkelaarspagina van WPMU het taalpakket voor Nederlands op je eigen harde schijf. Maak op de harde schijf een mapje ‘languages’ aan. Pak het zip-bestand uit en kopieer het .mo-bestand in de map languages. Hernoem het bestand naar ‘nl.mo’. Nu kun je deze nieuwe map uploaden via FTP naar de server, naar het mapje wp-content. In de opties van de Site Admin kun je nu kiezen voor de Nederlandse taal.

Gefeliciteerd, je bent nu klaar om met je blog aan de slag te gaan! :-)

Je loopt vast nog tegen technische hobbeltjes en hobbels aan. Mocht je het idee hebben opgevat mij een vraag daarover te stellen: helaas, ik kan je daar niet mee helpen. Mijn advies: ga op internet zoeken naar besprekingen van je probleem; er zijn vast meer mensen die dat probleem ook hebben gehad! Zoek daarvoor bijvoorbeeld op de foutmelding die je krijgt of in steekwoorden wat er misgaat. Veel van wat je vindt, is Engelstalig. En kom je er echt niet uit, dan kun je het probleem altijd nog aan je hostingbedrijf voorleggen; het probleem kan zomaar aan een instelling aan hun kant zitten.

Heel veel succes! En oh ja, laat even een berichtje achter of het gelukt is! :-)

Bronnen:

  1. WordPress MU moet subdomeinen kunnen aanmaken als je dochtersites wilt opzetten. Zoek daarvoor de instellingen van je domeinnaam op in het controlepaneel van je hosting (zie 5) en maak onderaan een nieuw A-record aan met een asterisk (*) als waarde. Dit is een zogenaamde wildcard. Je hostingbedrijf kan dit waarschijnlijk ook voor je doen.

Politie in beeld (2)

Vertegenwoordigers van vier politiekorpsen bespraken onlangs de uitkomsten van de analyse van berichten over de politie gedurende twee weken, een experiment. Dit leverde interessante resultaten op! Op hoofdlijnen volgt hier een beschrijving van de resultaten en het vervolg.

Webcare van toegevoegde waarde?

Eerder schreef ik al over het voornemen internet te monitoren en gaf ik later nog een paar praktische voorbeelden van de politie in het nieuws. Nu dus de uitkomsten en het vervolg. We hadden ons tot doel gesteld informatie te verzamelen om te bepalen of webcare van toegevoegde waarde is voor politie Nederland en zo ja, hoe. De vraag was welke informatie we zouden kunnen verzamelen en wat je er eventueel mee had kunnen doen. In totaal werd op 15 dagen internet gemonitord op vier trefwoorden: politie, agent of skouto, wijkagent en korpschef. Per dag bleek de monitoring gemiddeld 35 in enige mate interessante reacties op te leveren.

Interessante reacties

En dan is de vraag, wat zijn dan die ‘in enige mate interessante reacties’? Het bleek om een aantal categorieën reacties te gaan:

  • Nieuwsberichten kranten
  • Persberichten politie
  • Verkeerscontroles
  • Getuigenissen over politieactie
  • Verklaring vragen over aanwezigheid politie
  • Kritiek op politie
  • Slachtoffers van criminaliteit
  • Vragen aan/over politie
  • Onzinberichten

Zinnige acties

Bij nieuws- en persberichten is het duidelijk dat je er niets mee hoeft te doen. Er wordt geen reactie verwacht. Van een aantal andere categorieën is veel duidelijker dat je er iets mee zou kunnen doen. Bijvoorbeeld:

  • Beantwoorden, bedanken
  • Een afspraak maken
  • Intern informatie doorgeven
  • Retweeten
  • Reageren
  • Intern uitzoeken
  • Geen actie!

Als je deze acties zou uitvoeren, betekent dat ook iets voor je organisatie; begin je eenmaal met reageren, dan verwachten mensen dat je dat de keren erna ook doet. Je kunt er niet opeens mee stoppen. Andere afdelingen moeten soms ook iets met de berichten, bijvoorbeeld als er waardevolle getuigeninformatie wordt gegeven. Of als een proces binnen de dienstverlening aangepast moet worden. Overigens bleek ook dat niet alle berichten zich voor een reactie van de politie lenen.

Opbrengsten experiment

Webcare kost tijd. Heel veel tijd. Dat is ook een resultaat van dit experiment. En dat terwijl je niet precies weet wat het oplevert, nu of op de lange termijn. ‘Luisteren’ naar wat er speelt is desondanks ook al nuttig. Ga je wel actief iets doen wat je webcare zou kunnen noemen, dan kan dit een bijdrage leveren aan het verbeteren van de dienstverlening, het kan de opsporing helpen, gedragsverandering veroorzaken en de tevredenheid van burgers verhogen. Maar dan moet er wel geïnvesteerd worden in menskracht en daadkracht. De vraag is hoe de hoofden communicatie van politie Nederland daarover denken. Misschien zien ze het wel zitten om bovenregionale webcareteams (dat zijn er dan 6) in te richten, of ook een landelijk team. Je hebt namelijk berichten die op jouw korps betrekking hebben maar net zo goed ook berichten die slaan op de hele politieorganisatie.

Mijn mening? Ik denk dat er genoeg kansen voor het grijpen liggen en dat we webcare mogelijk moeten maken.

Foto geleend van Jacob Whittaker.

President Obama doet opnieuw aan crowdsourcing

We weten het inmiddels: hoe word je president van de Verenigde Staten? Door de massa op internet in te zetten ofwel gebruik te maken van crowdsourcing. Wel handig als je dan ook nog góede ideeën hebt, want die massa is niet dom. Maar heb je ze eenmaal aan jouw kant, dan kun je dus enorm grote dingen bereiken, zoals het presidentschap van de Verenigde Staten. Obama moet toen gedacht hebben, dat trucje gaan we nog eens doen als de nood hoog is.

Die nood is erg hoog momenteel. Op 18  maart 2010 zal het Amerikaanse congres een definitief besluit nemen over het plan van Obama over herstructurering van de gezondheidszorg (‘health care reform’). Hij stelt een model vergelijkbaar met dat van Nederland voor, maar vindt veel weerstand op zijn pad. Lobbyisten van verzekeraars bijvoorbeeld. Hij voert nu een schijnbaar eerlijke strijd door niet meer dan de feiten uit zijn voorstel wijd te laten verspreiden over internet. Dat is stap 1 op zijn website van de ‘final march for reform’. Stap 2 is bellen om duidelijk te maken dat je vóór het plan bent. Voer je postcode in en je krijgt direct te zien wie jij kunt bellen. Obama wil dat zoveel mogelijk Amerikanen zich laten horen en hun steun uitspreken voor zijn plan. Het verspreiden van feiten lijkt een kleine moeite, vond in elk geval dit jazz-blog en dit krantenblog.

Overigens zijn minstens net zoveel tegenstanders van het voorstel te vinden op internet. Het wordt nog spannend of de opzet van Obama zal slagen en of hij dus opnieuw slaagt crowdsourcing succesvol in te zetten!

Update 22-03-10: inmiddels is bekend gemaakt dat zijn voorstel het gehaald heeft in het congres!